De algemene middelen van de gemeente worden ingezet om de kosten van de programma’s te dekken. Dit betreft middelen waarvoor geen specifiek vooraf vastgelegd bestedingsdoel geldt. De belangrijkste bron van vrij besteedbare inkomsten voor de gemeente is de algemene uitkering uit het gemeentefonds, waarvan de hoogte door het Rijk wordt bepaald. Daarnaast kan de gemeente zelf inkomsten genereren door belastingen te heffen, met de onroerendezaakbelasting als belangrijkste bron. De opbrengst van belastingen heeft, in tegenstelling tot heffingen zoals het rioolrecht en de afvalstoffenheffing, geen specifiek bestedingsdoel en valt daarom onder de algemene dekkingsmiddelen. Andere vrij besteedbare middelen zijn de dividenden van deelnemingen en het renteresultaat uit de financieringsfunctie.
De algemene dekkingsmiddelen omvatten de baten en lasten van:
Lokale belastingen en heffingen;
De algemene uitkering uit het gemeentefonds;
Het gemeentelijk financieringsbeleid, het saldo van externe vaste geldleningen, en de intern toegerekende rente aan activa en grondexploitaties;
Baten en lasten verbonden aan financiële deelnemingen;
Incidentele baten en lasten van voorgaande jaren;
Algemene baten en lasten, inclusief onvoorziene inkomsten en nog te bestemmen middelen (stelposten).
De uitkering uit het gemeentefonds die in deze jaarrekening is verantwoord, is gebaseerd op de decembercirculaire van 2025. De uitgaven binnen de verschillende ministeries hebben direct invloed op de groei of krimp (het accres) van de algemene uitkering uit het gemeentefonds. In het najaar van 2024 was het voorlopige accres, gebaseerd op de gecombineerde index (prijs en volume bbp), voor 2025 nog 4,93% groei. De gecombineerde index is in het voorjaar van 2025 geactualiseerd en definitief vastgesteld voor 2025, op basis van het Centraal Economisch Plan (CEP) van het Centraal Planbureau (CPB). Hiermee kwam de definitieve index uit op 5,87%.
De gemeentelijke financiën hebben het afgelopen jaar een belangrijke rol gespeeld in de afwegingen van de Rijksoverheid. De bestuurlijke druk op het kabinet, onder andere vanuit de VNG, is richting het zogenoemde ravijnjaar 2026 verder toegenomen. Dit kwam duidelijk naar voren tijdens de besluitvorming over de Voorjaarsnota 2025 van het Rijk. Vooral voor de jeugdzorg zijn vanaf 2026 extra middelen beschikbaar gesteld, terwijl vanaf 2028 nieuwe taakstellingen worden ingevoerd. Per saldo lijkt het ravijnjaar daarmee twee jaar op te schuiven: van 2026 naar 2028.
Ondanks deze ontwikkelingen blijven gemeenten in 2025 – met een demissionair kabinet – opereren binnen bestaande, nog altijd onzekere financiële kaders. Met de beëdiging van het nieuwe kabinet op 23 februari 2026 is de hoop gevestigd op positief nieuws bij de doorrekening van het regeerakkoord en de gevolgen daarvan voor het gemeentefonds, later in het voorjaar van 2026.
In 2025 zijn 3 circulaires verschenen (mei, september en december) over het financieel perspectief voor gemeenten. De belangrijkste ontwikkelingen in deze circulaires waren:
Ontwikkelingen jeugdzorg: Op basis van het zwaarwegende advies Groeipijn van de deskundigencommissie-Van Ark heeft het demissionaire kabinet extra financiële middelen beschikbaar gesteld voor de jeugdzorg. Daarnaast zijn aanvullende middelen toegevoegd aan het gemeentefonds om vanaf 2025 de terugval (demping) in jeugdmiddelen te compenseren en daarmee de ontstane tekorten op te vangen. Hierdoor is een belangrijk financieel knelpunt weggenomen en zijn zowel de stelposten uit de Voorjaarsnota 2025 als de verwachte bijdrage uit de Hervormingsagenda Jeugd komen te vervallen.
In het voorjaar van 2025 was er nog geen sprake van compensatie met terugwerkende kracht voor (de helft van) de tekorten over 2023 en 2024, ter hoogte van € 728 miljoen. In het najaar van 2025, aansluitend op de afspraken die eerder dat jaar met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) zijn gemaakt, heeft het kabinet echter besloten gemeenten alsnog te compenseren voor deze incidentele tekorten in de jeugdzorg. Voor Purmerend betekent dit een vergoeding van € 3,75 miljoen.
Nieuw verdeelstelsel (vanaf 01-01-2023): Het nieuwe verdeelstelsel heeft geleid tot herverdeeleffecten voor individuele gemeenten, waaronder Purmerend als nadeelgemeente. Dit nieuwe verdeelmodel is niet definitief en vereist voortdurende aanpassingen. Hiervoor is een onderzoeksagenda opgesteld om de maatstaven voor eenpersoonshuishoudens, grootstedelijkheid, overige eigen middelen (zoals het vereveningspercentage OZB) en de stapeling in het sociaal domein (voorheen centrumfunctie) verder te onderzoeken. Door deze vervolgonderzoeken is de herijking van het gemeentefonds uit 2023 nog steeds niet afgerond en bedraagt het ingroeipad voor Purmerend € 22,50 per inwoner, terwijl het nadeel voor Purmerend oploopt naar € 40,26 bedraagt (stand 2023). In 2025 liep de herijking van de verdeling van het gemeentefonds vertraging op, waardoor een reservering van € 1,3 miljoen verviel. Aangezien sommige onderdelen van deze onderzoeksagenda mogelijk nadelig voor Purmerend uitpakken, is er een stelpost opgenomen in de begroting van 2026. De resultaten van de herverdeling van het gemeentefonds vanaf 2027 worden in het voorjaar van 2026 verwacht.
Terugdringen specifieke uitkeringen: Er wordt gewerkt aan maatregelen om het aantal specifieke uitkeringen (60) te verminderen. Dit moet de autonomie van gemeenten vergroten en administratieve lasten verminderen. In 2026 moeten specifieke uitkeringen zijn omgezet in bijzondere fondsuitkeringen (BFU). In 2025 zijn er inmiddels een tweetal specifieke uitkeringen (CDOKE en IDO) overgeheveld naar het gemeentefonds.
Extra incidentele middelen: In 2024 is incidenteel geld beschikbaar gesteld voor onder andere het kinderopvang pleegouders, IBO problematische schulden, alleenverdienersproblematiek, invoeringskosten omgevingswet, Bommenregeling en loon-prijs/volumebijstellingen voor integratie-uitkeringen beschermd wonen, participatie/SW bedrijven.
Stadsverwarming Purmerend (SVP)
De aandelen in Stadsverwarming Purmerend (SVP) zijn voor 100% in handen van gemeente Purmerend. Sinds 2012 is de deelneming gewaardeerd op € 38,27 miljoen (oorspronkelijk € 42,6 miljoen).
In 2025 zien we de volgende ontwikkelingen:
De productie van de BWC is voor 2025 uitgekomen op 797.000 GJ. Dat is minder dan in het jaar 2024 (833.000 GJ) ;
SVP heeft ultimo 2025 28.937 klanten (ruim 29.765 aansluitingen), een toename ten opzichte van 2025 van 186 klanten (239 aansluitingen);
Het aantal ongeplande en acute onderbrekingen bedroeg in 2025 22 (2024: 10). Geen van deze onderbrekingen in 2025 (en in 2024) waren compensabel volgens de Warmtewet. Het aantal geplande onderbrekingen bedroeg in 2025: 114 (2024: 134). Dat is 20 minder dan in 2024;
De algemene klanttevredenheid wordt tweejaarlijks gemeten en ligt met een 7,3 (meting 2024) op een vergelijkbaar niveau als de vorige meting (7,4 in 2022).
De netto omzet van SVP is 2025 uitgekomen op € 48,7 miljoen, dit is € 2,5 miljoen hoger dan in 2024 (€ 46,2 mln). Dit komt door € 0,7 miljoen lagere omzet warmteleveringen voornamelijk vanwege het gedaalde GJ-leveringstarief (-6,2%) en hogere afzet (2,5%) (2025 had meer graaddagen dan 2024 waardoor er meer GJ’s zijn geleverd). De omzet van het vastrecht is met € 0,3 miljoen gestegen voornamelijk vanwege het gestegen aantal aansluitingen en de toename van afleversets in eigendom van SVP. De overige omzet nam met € 2,8 miljoen toe ten opzichte van voorgaand jaar. De toename werd bijna geheel veroorzaakt door subsidie effecten (SDE+). Het totale subsidiebedrag is aanzienlijk hoger als gevolg van lagere gasprijzen (2025 versus 2024) waardoor het subsidiebedrag per GJ veel hoger was in 2025 in vergelijking met 2024.
Het resultaat na belastingen over 2025 is € 0,2 miljoen. Dit bestaat uit:
Een resultaat uit normale bedrijfsvoering van € + 3,5 miljoen;
Een resultaat financiële baten en lasten van € - 3,3 miljoen;
Een belastingresultaat van (afgerond) € 0,0 miljoen.
Het resultaat 2025 is € 0,2 miljoen lager dan de prognose najaar 2025. Dit komt met name door meerdere kleinere effecten waaronder een iets kouder 4e kwartaal, hogere onderhoudskosten, minder geactiveerde personeelskosten door minder investeringen en lagere overige bedrijfskosten.
Het resultaat over 2025 (€ 0,2 miljoen) wordt conform afspraken met de aandeelhouder toegevoegd aan het eigen vermogen van SVP.
De algemene dekkingsmiddelen hebben per saldo een voordelige afwijking van € 179.000. Dit komt door € 19.000 lagere lasten en € 197.000 hogere baten. De belangrijkste verschillen worden hieronder toegelicht.
PGR11 | Realisatie 2024 | Begroting 2025 primitief | Begroting 2025 bijgesteld | Realisatie 2025 | Afwijking |
|---|---|---|---|---|---|
Lasten | -440 | 476 | -707 | -688 | 19 |
Baten | -237.325 | -241.924 | -259.411 | -259.608 | -197 |
Saldo | -237.765 | -241.448 | -260.118 | -260.296 | -179 |
1 Lokale heffingen | Realisatie 2024 | Begroting 2025 primitief | Begroting 2025 bijgesteld | Realisatie 2025 | Afwijking |
|---|---|---|---|---|---|
Lasten | 47 | 64 | 64 | 68 | 4 |
Baten | -21.329 | -22.056 | -22.106 | -22.184 | -78 |
Saldo | -21.282 | -21.992 | -22.042 | -22.116 | -75 |
2 Nog te bestemmen middelen | Realisatie 2024 | Begroting 2025 primitief | Begroting 2025 bijgesteld | Realisatie 2025 | Afwijking |
|---|---|---|---|---|---|
Lasten | -425 | -39 | 39 | ||
Saldo | -425 | -39 | 39 |
3 Gemeentefonds | Realisatie 2024 | Begroting 2025 primitief | Begroting 2025 bijgesteld | Realisatie 2025 | Afwijking |
|---|---|---|---|---|---|
Baten | -213.961 | -217.118 | -232.548 | -232.931 | -383 |
Saldo | -213.961 | -217.118 | -232.548 | -232.931 | -383 |
4 Eigen financieringsmiddelen | Realisatie 2024 | Begroting 2025 primitief | Begroting 2025 bijgesteld | Realisatie 2025 | Afwijking |
|---|---|---|---|---|---|
Lasten | -1.254 | 241 | -1.328 | -1.399 | -72 |
Baten | -317 | -225 | -776 | -660 | 116 |
Saldo | -1.571 | 16 | -2.103 | -2.059 | 45 |
5 Deelnemingen | Realisatie 2024 | Begroting 2025 primitief | Begroting 2025 bijgesteld | Realisatie 2025 | Afwijking |
|---|---|---|---|---|---|
Lasten | 576 | 588 | 588 | 563 | -25 |
Baten | -1.718 | -2.476 | -3.932 | -3.834 | 98 |
Saldo | -1.142 | -1.888 | -3.344 | -3.271 | 73 |
6 Incidentele baten en lasten | Realisatie 2024 | Begroting 2025 primitief | Begroting 2025 bijgesteld | Realisatie 2025 | Afwijking |
|---|---|---|---|---|---|
Lasten | 190 | 8 | 8 | 81 | 72 |
Baten | -50 | -50 | 50 | ||
Saldo | 190 | -42 | -42 | 81 | 122 |
De baten zijn € 78.000 hoger dan begroot. Dit resultaat wordt voornamelijk veroorzaakt door:
Incidenteel lagere opbrengst uit Onroerendezaakbelasting (OZB): € 167.000.
Incidenteel hogere opbrengst uit precariobelasting: € 180.000.
Incidenteel hogere opbrengst uit toeristenbelasting: € 38.000.
Hogere opbrengst uit hondenbelasting: € 27.000.
Daarnaast zijn de lasten hoger dan begroot door een dotatie aan de voorziening dubieuze belastingdebiteuren.
2. Nog te bestemmen middelen
In het onderdeel 'nog te bestemmen middelen' zijn (collectieve) stelposten opgenomen die in principe alle onderdelen van de gemeentebegroting beïnvloeden. In 2025 zijn deze stelposten in de voorjaars- najaarsnota toegewezen aan de verschillende programma's, zodat er per saldo geen afwijkingen zijn te melden.
De uitkering uit het gemeentefonds is in 2025 verantwoord voor ruim € 213,96 miljoen. Dit is incidenteel ruim € 1,6 miljoen meer baten dan begroot.
Uitkeringsjaar | Bijgestelde | Realisatie | Afwijking |
|---|---|---|---|
2023 | 96.619 | 371.015 | 274.396 |
2024 | 893.139 | 893.139 | - |
2025 | 231.558.060 | 231.666.367 | 108.307 |
Totaal gemeentefonds | 232.547.818 | 232.930.521 | 382.703 |
Het resultaat van de algemene uitkering 2025 bedraagt € 231.666.367, gebaseerd op de laatste specificatie van Binnenlandse Zaken (2024-12 nr.12). Dit is € 0,1 miljoen hoger dan geraamd in de Najaarsnota 2025. Dit voordeel wordt voornamelijk veroorzaakt door (incidentele) ontwikkelingen in de decembercirculaire 2025:
Extra middelen diverse taakmutaties en decentralisatie uitkeringen: meerkosten voor het sociaal domein als gevolg van de situatie in de Oekraïne, extra ondersteuning voor lokale energiehulp, de invoering van de Wet betaalbare huur, de implementatie plateau (fase 2), financiële ondersteuning voor kinderopvang bij pleegouders en de uitvoering van de Wet versterking regie volkshuisvesting. Hierdoor nemen de inkomsten uit de algemene uitkering toe met € 395.372. Voor de uitvoering van de Wet versterking regie volkshuisvesting wordt voorgesteld het in 2025 beschikbare budget van € 178.000 over te hevelen naar 2026, omdat de daadwerkelijke besteding in 2025 niet plaatsvindt. Deze overheveling wordt verwerkt via het financieel resultaat 2025 en toegelicht onder het onderdeel resultaatbestemming. Resulaatbestemming (grens € 100.000) is niet mogelijk voor de middelen van de kinderopvang voor pleegouders. De in 2025 ontvangen middelen van € 56.000 worden in de kaderbrief 2026 opnieuw als budget geraamd, zodat deze kunnen worden ingezet voor de financiële ondersteuning van pleegouders ten behoeve van kinderopvang. Hiermee wordt de uitbetaling van deze regeling in 2026 mogelijk gemaakt.
Ontwikkeling maatstaven: De vaststelling en actualisatie van diverse verdeelmaatstaven binnen het gemeentefonds leidt tot een nadeel. Dit betreft met name de inkomstenmaatstaf OZB, de maatstaf lage inkomens en een aantal fysieke maatstaven. Hierdoor nemen de inkomsten uit de algemene uitkering af met € 287.063
De nabetaling over 2023 voor Purmerend is € 371.015 hoger dan begroot door de vaststellingen van de uitgavenmaatstaf inwoners met laag opleidingsniveau en een hogere uitkeringsfactor (+2 punt) door de vaststelling OZB;
De hogere nabetaling van € 893.139 over 2024 betreft nadere vaststellingen van de maatstaven bijstand, leerlingen (V)SO, woonruimten, omgevingsadressendichtheid, lage inkomens met drempel en een lagere uitkeringsfactor (-2 punt).
De nabetalingen zijn in de najaarsnota 2025 bijgesteld met uitzondering van de vaststelling OZB uitkeringsjaar 2023 (voordeel € 274.394) uit de decembercirculaire 2025. Alle afwijkingen zijn incidenteel van aard
Het renteresultaat vertoont een nadelig saldo van € 45.000. Dit nadeel wordt voornamelijk veroorzaakt door:
Vervroegde leningsovereenkomst: De lening van € 60 miljoen werd in november 2025 aangetrokken, terwijl in de raming werd uitgegaan van een lening vanaf juli. Deze vervroegde aantrekking resulteert in een voordeel op de rente. Tegenover dit voordeel staat een nadeel op de financiering van kasgeld.
Rente vaste geldleningen: Op de verstrekte leningen is minder rente ontvangen dan eerder geraamd. Vanuit het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten (SVn) is minder rente ontvangen op de starters- en duurzaamheidsleningen. De hoogte van de gerealiseerde renteopbrengsten op starters- en duurzaamheidsleningen is onder andere bepaald door factoren zoals de benutting van het beschikbare budget, de aanwezigheid van startersleningen in de rentevrije aanloopfase en ontwikkelingen in rentepercentages en aflossingsgedrag.
Het saldo van de post deelnemingen vertoont een negatief resultaat van bijna € 73.000. Dit verlies wordt voornamelijk veroorzaakt door:
Stadsverwarming: lagere risicoprovisie en onderzoekskosten, per saldo nadeel € 21.000;
BNG: hogere winstuitkering € 11.000;
Alliander N.V.: lagere winstuitkering € 40.000;
HVC: lagere privisie gegarandeerde leningen € 23.000.
Het saldo van de incidentele baten en lasten vertoont een negatief resultaat van bijna € 122.000. Dit voordeel wordt voornamelijk veroorzaakt door:
Een extra dotatie voor oninbaarheid van € 72.000 (nadeel): Deze maatregel is genomen om de voorziening voor dubieuze debiteuren op het gewenste niveau te brengen.
Geen extra woningverkoop door de Woorncompagnie van € 50.000 (nadeel): Er heeft geen extra verkoop van woningen plaatsgevonden door de Woorncompagnie als gevolg van het anti-speculatiebeding in Leeghwater 3 (Middenbeemster). In de begroting werd rekening gehouden met de verkoop van één woning per jaar, wat € 50.000 zou opleveren. Een anti-speculatiebeding is een bepaling in een koopcontract die de koper verplicht om de gekochte woning een aantal jaren zelf te bewonen voordat deze mag worden doorverkocht. Dit beding heeft als doel speculatieve handel in onroerend goed tegen te gaan en de woningmarkt stabiel te houden
Algemene dekkingsmiddelen heeft naast de algemene reserve, de bestemmingsreserve budgetoverheveling. Deze reserves worden separaat toegelicht bij het hoofdstuk financieel resultaat.
Binnen algemene dekkingsmiddelen zijn er geen voorzieningen.