5. Financiering

Algemeen

Doelstelling

Het doel van deze paragraaf is de raad te informeren over het gevoerde treasurybeleid en de wijze waarop financiële risico’s zijn beheerst. Treasury omvat het sturen, beheersen, verantwoorden en toezicht houden op de financiële geldstromen, de financiële posities en de daaraan verbonden risico’s. Deze werkzaamheden moeten plaatsvinden binnen de kaders van het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording), de Wet Fido (Wet Financiering Decentrale Overheden) en de Wet HOF (Wet Houdbare Overheidsfinanciën). Deze wet- en regelgeving heeft als doel te waarborgen dat de treasuryfunctie van de gemeente – waaronder alle financieringsactiviteiten – op een verantwoorde, prudente en professionele wijze wordt ingericht en uitgevoerd.

Gemeentelijke kaders

Onze kaders zijn vastgelegd in de Financiële verordening gemeente Purmerend 2026 (raadsbesluit 867183), zoals vastgesteld op grond van artikel 212 van de Gemeentewet. Deze verordening bevat de uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en limieten die voor het college gelden bij de uitvoering van de financieringsfunctie. In de verordening is tevens het treasuryonderdeel opgenomen, waarin de beleidsmatige infrastructuur van de treasuryfunctie is vastgelegd. Dit omvat onder meer de doelstellingen, uitgangspunten, richtlijnen en limieten die richting geven aan de uitvoering van het treasurybeleid. Daarnaast bevat de verordening de protocollen voor de dagelijkse uitvoering van de treasuryactiviteiten. De belangrijkste onderwerpen die hierin aan de orde komen zijn het kasbeheer, het risicobeheer, de financiering en de administratieve organisatie.

Beleidsdoelstelling

De beleidsdoelstelling is om inzicht te verkrijgen in de langetermijnontwikkeling van de financiële positie van de gemeente. Het aangaan en verstrekken van geldleningen en het verstrekken van garanties is uitsluitend toegestaan wanneer dit noodzakelijk is voor de uitoefening van de publieke taak. Daarbij mogen geen overmatige risico’s worden genomen. Het gebruik van de kasgeldlimiet en de renterisiconorm heeft een normstellend karakter en draagt bij aan een verantwoord financieringsbeleid. De gemeente moet te allen tijde over voldoende liquide middelen beschikken om tijdig uitkeringen, subsidies, salarissen en facturen te kunnen betalen. Voor deze dagelijkse kasbehoefte worden kortlopende geldleningen aangetrokken. De financiering van gemeentelijke investeringen vindt plaats met reserves en voorzieningen (interne middelen) en met extern aangetrokken langlopende geldleningen. Het financieringsbeleid is van belang om de rentelasten van deze leningen te beheersen en de daarmee verband houdende risico’s zoveel mogelijk te beperken.

Ontwikkelingen gemeente Purmerend

Risicobeheer

Een belangrijk uitgangspunt van de wet is dat een gemeente voorzichtig moet omgaan met publieke middelen. Dit uit zich onder andere in de beheersing van renterisico’s. Er zijn twee wettelijke normen van toepassing op gemeenten vanuit de Wet fido: een kasgeldlimiet en een renterisiconorm om de invloed van (externe) rentewijzigingen op de financiële resultaten van de gemeente te beperken. Renterisico is het risico dat de rentelast van een gemeente ineens fors stijgt. Dit kan als een lopende schuld vervalt en er opnieuw financiering nodig is tegen een mogelijk fors hoger rentepercentage. De wetgever stelt daarom eisen aan het maximale jaarlijkse renterisico voor een gemeente (Wet fido). Deze eisen komen tot uitdrukking in de kasgeldlimiet (norm voor leningen met looptijd tot 1 jaar) en de renterisiconorm (norm voor leningen met looptijd vanaf 1 jaar). Deze normen bepalen de speelruimte voor de gemeente om verantwoord en goedkoop te financieren. Beide normen zijn gekoppeld aan de begrotingsomvang.

Renterisico’s kunnen worden onderscheiden in:

  • het renterisico van de vlottende schuld (de kasgeldlimiet) en

  • het renterisico van de vaste schuld (de renterisiconorm).

Kasgeldlimiet

De gemiddelde vlottende schuld, over 3 maanden gezien, is voor een gemeente gelimiteerd op 8,5% van het begrotingstotaal (primitief € 367,1 miljoen). Een gemeente mag 3 kwartalen achter elkaar deze limiet overschrijden. De norm wordt getoetst op de eerste dag van het kwartaal. In onderstaande tabel is het kasgeldlimiet over 2025 weergegeven (bedragen x € 1.000):

Kwartaal

Maximaal % o.b.v. actuele regeling

Berekend maximaal limiet

Vlottende middelen -/- vlottende schuld

Onderschrijding

I

8,50%

-31,2

2,9

34,4

II

8,50%

-31,2

-13,9

17,6

III

8,50%

-31,2

-23,0

8,5

IV

8,50%

-31,2

-8,2

23,3

In 2025 is de kasgeldlimiet niet overschreden, ondanks dat gedurende het hele jaar de financieringsbehoefte zoveel als mogelijk is afgedekt met kortlopende financiering. In november 2025 is een lening aangetrokken vanwege de consolidatie van de korte schuld. Op basis van de gegevens in deze jaarrekening voldeden wij gedurende geheel 2025 aan de kasgeldlimietnorm.

Renterisiconorm

Over de langlopende schuld mogen de jaarlijkse aflossingen en renteherzieningen niet meer bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Het doel van deze norm is het beheersen van de renterisico's op de vaste schuld (schuld met een rentetypische looptijd van één jaar of langer) door onder andere het aanbrengen van spreiding in de looptijden in de leningenportefeuille. De renterisiconorm voorkomt dat een te groot deel van de totale gemeentelijke schuld (met looptijd langer dan 1 jaar) in eenzelfde jaar vervalt en opnieuw financiering nodig is tegen een mogelijk fors hogere rente. Er is in 2025 één langlopende lening aangegaan van € 60 miljoen. Een overschrijding van de renterisiconorm in 2025 is daarom niet aan de orde. In onderstaande tabel is de renterisiconorm (op kas- en contractbasis) over 2025 weergegeven (bedragen x € 1.000):

Renterisiconorm (bedragen x € 1.000)

Realisatie
2025

1a

Rente herziening op vaste schuld opgenomen gelden (o/g)

-

1b

Rente herziening op vaste schuld uitgeleende gelden (u/g)

-

2

Rente herziening op vaste schuld (1a -/- 1b)

-

3a

Nieuw aangetrokken vaste schuld

60.000

3b

Nieuw verstrekte lange leningen

-

4

Netto nieuw aangetrokken vaste schuld (3a -/- 3b)

60.000

5

Betaalde aflossingen

16.796

6

Herfinanciering (laagste van 4 en 5)

16.796

7

Renterisico op de vaste schuld (2+6)

16.796

8

Renterisiconorm

73.343

9a

Ruimte onder renterisiconorm (8 -/- 7)

56.547

9b

Overschrijding renterisiconorm (7 -/- 8)

-

10

Berekening renterisiconorm:

11

Begrotingstotaal (primitief 2025)

366.715

12

Het bij ministeriële regeling vastgesteld percentage

20%

Renterisiconorm (11 x 12)

73.343

Externe financiering

a. Portefeuille opgenomen langlopende leningen

De ontwikkeling van de leningenportefeuille op de vaste schulden is in onderstaande tabel weergegeven (bedragen x € 1.000).

Schuldrestant opgenomen leningen per 1 januari 2025

€ 288.554

Nieuw aangetrokken leningen

€ 60.000

Reguliere aflossingen

-€ 16.796

Schuldrestant o/g leningen per 31 december 2025

€ 331.758

Per 31 december 2025 beschikt de gemeente over 31 langlopende opgenomen geldleningen met een gezamenlijk restant van bijna € 332 miljoen. Het grootste deel van deze portefeuille is aangetrokken voor de financiering van gemeentelijke investeringen. Een klein deel wordt doorgeleend aan derden, namelijk aan woningbouwcorporaties (€ 1,6 miljoen) en aan Rugby Club Waterland (€ 134.000). Het gemiddelde rentepercentage over 2025 bedraagt 1,49%. Door de hogere rentepercentages van recent aangetrokken leningen stijgt het gemiddelde rentepercentage van de totale portefeuille verder. Eind 2025 is bovendien een lichte stijging zichtbaar in de rente voor leningen met een vaste looptijd van tien jaar. De stand en samenstelling van de leningportefeuille zijn tevens opgenomen in de toelichting op de balans.

In 2025 is er één langlopende geldleningen aangetrokken van € 60 miljoen. De specificatie hiervan is:

Instelling

Bedrag

Periode

Rente%

BNG

€ 60.000.000

20 jaar lineair

3,229%

In de begroting 2025 was een financieringsbehoefte opgenomen van maximaal € 66,4 miljoen voor de herfinanciering van leningen en financiering van geplande investeringen. De portefeuille langlopende leningen is per saldo toegenomen met ruim€ 43,2 miljoen.

De verklaring van de lagere financieringsbehoefte 2025 is in onderstaande tabel af te leiden:

Ontwikkeling van de schuldenlast (in miljoenen euro's):

Prognose
31-12-2025

Rekening
31-12-2025

Geinvesteerd vermogen:

(Im-)materiële activa

449,1

414,1

Financiële activa

61,3

70,9

Grondexploitaties

27,4

38,4

Totaal aan geinvesteerd vermogen

537,8

523,4

Eigen vermogen:

- Algemene reserve en bestemmingsreserves (exclusief resultaat 2025)

97,7

118,8

- Resultaat boekjaar

1,7

-1,4

Vreemd vermogen:

- Langlopende leningen o/g

370,5

331,8

- Voorzieningen

10,6

15,9

- Kortlopende financieringsmiddelen (b.v. kasgeld)

57,3

48,8

Totaal gefinancierd

537,8

513,9

Op basis van bovenstaande bedraagt de schuld per inwoner (basis: 95.912)

5.607

5.358

Duidelijk zichtbaar is dat de lagere financieringsbehoefte wordt veroorzaakt door vertraging in het investeringstempo van de materiële vaste activa, hoewel het totale investeringsvolume dit jaar wel hoger ligt. De toename van de financiële vaste activa hangt samen met de agiostorting aan InWest Regio B.V. en de stortingen aan het SVn voor starters- en duurzaamheidsleningen. Daarnaast is de boekwaarde van de grondexploitaties gestegen. Dit komt doordat per saldo meer investeringen zijn gedaan (zoals grondverwerving, bouw- en woonrijp maken, onderzoeken, plankosten en apparaatskosten), er winstnemingen hebben plaatsgevonden en er per saldo een dotatie aan de voorziening is geweest, dan dat er bouwopbrengsten zijn gerealiseerd. De groei van de reserves wordt verklaard door toevoeging van het bestemde resultaat 2025 en toevoegingen van middelen voor Oekraïne, duurzaamheid, het omgevingsplan en voor parkeren. Deze onderdelen worden elders in de jaarrekening nader toegelicht.

b. Portefeuille kortlopende leningen

In 2025 zette de Europese Centrale Bank (ECB) een belangrijke stap in haar monetaire beleid door op 30 januari 2025 de rente met 0,25 procentpunt te verlagen. Hierdoor daalde de depositorente naar 2,75%, met ingang van 5 februari 2025. Deze beslissing werd genomen omdat het desinflatieproces goed op koers lag en de inflatie volgens de ECB in de loop van 2025 duurzaam richting de 2%-doelstelling beweegt. Purmerend streeft ernaar zo veel mogelijk gebruik te maken van kortlopende financiering. Dit omdat kortlopende financiering doorgaans goedkoper is dan langlopende financiering. Om die reden wordt er gebruik gemaakt van de rekening courant faciliteit bij de BNG en worden er kasgeldleningen aangetrokken. In 2025 is weer maximaal kort gefinancierd via hoofdzakelijk kasgeldleningen, dit binnen de kaders van de kasgeldlimiet. De rentetarieven hiervoor lagen tussen de 2,05% en 3,1%. De rente rekening courant bedraagt 4,75% (rood staan).

c. Waarborgen en garanties

De gemeente Purmerend heeft garanties verleend voor geldleningen aan diverse organisaties. Het gaat hierbij om woningbouw, HuisVuilCentrale Alkmaar (HVC), Stadsverwarming (SVP) en maatschappelijke instellingen. Bij de afweging voor financiële steun aan een instelling maakt Purmerend een afweging tussen het belang van de publieke taak en de financiële risico’s. Garantstelling kan worden ingezet als middel om een of meer beleidsdoelen te realiseren. Als de lening volledig kan worden ondergebracht bij een waarborgfonds, wordt geen gemeentegarantie afgegeven. De omvang van de uitstaande leningen waarvoor we garant staan is opgenomen bij de toelichting op de balans. In 2025 zijn er wijzigingen geweest bij de Stadsverwarming Purmerend, HVC en het Waarborgfonds (WSW).

Het Waarborgfonds (WSW)
Het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) staat borg voor de leningen die woningcorporaties aantrekken voor de bouw en het beheer van sociale huurwoningen. De achtervang van het WSW bestaat voor 50% uit het Rijk en voor 50% uit de gemeenten waarin de aangesloten woningcorporaties actief zijn. Corporaties zijn niet verplicht hun leningen via het WSW te laten borgen, maar deelname biedt hen doorgaans gunstigere financieringsvoorwaarden. Het WSW beoordeelt jaarlijks de financiële positie van de corporaties aan de hand van verschillende ratio’s om risico’s zoveel mogelijk te beperken. In 2025 en 2026 zijn er enkele ontwikkelingen die het systeem beïnvloeden. Zo zijn de beleidsregels voor de maximale borg per 1 januari 2026 aangepast, met instemming van gemeenten, om het borgstelsel te versterken en investeringsruimte verantwoord te vergroten. Hoewel het risico van een aanspraak op de achtervang traditioneel zeer klein is, staat het stelsel door beleidsmatige ontwikkelingen – zoals de voorgestelde dubbele huurbevriezing – onder druk, omdat deze de kasstromen van corporaties kunnen aantasten. Desondanks zijn de bij gemeenten bekende leningen aan woningcorporaties in 2025 regulier afgelost en blijft het WSW-stelsel financieel robuust.

Garantstellingen Stadsverwarming (SVP)
De gemeente Purmerend is 100% aandeelhouder van Stadsverwarming Holding BV (SVP) en staat garant voor de verplichtingen van SVP. SVP had eind 2025 een bedrag van € 103,4 miljoen langlopende schuld. Deze schuld is volledig van een gemeentelijke borgstelling voorzien. De SVP heeft voor de periode 2023-2026 een berekening gemaakt van de benodigde financiering. Dit leningplafond van € 65 miljoen is vastgesteld door de raad (besluit 1587205). Het door de gemeenteraad afgegeven maximale borgstellingsplafond ten aanzien van de langlopende geldleningen bedraagt maximaal € 123 miljoen. De gemeente staat daarnaast borg voor het rekening-courant krediet van SVP dat € 15 miljoen bedraagt. Daarmee komt de totale borgstelling op maximaal € 138 miljoen uit.

Interne financiering

a. Kortlopende interne financiering (korter dan 1 jaar)

Alle bankrekeningen van de gemeente worden centraal beheerd. De treasury voorziet in de totale financieringsbehoefte van de gemeente, die ontstaat uit het saldo op de bankrekeningen van de lopende uitgaven en inkomsten (exploitatie en investeringen).

b. Langlopende interne financiering (langer dan 1 jaar)

Gemeente Purmerend heeft de financiering centraal geregeld. Voor de gemeentelijke activa wordt bij het verstrekken van leningen gebruik gemaakt van het omslagsysteem. Dit houdt in dat over alle investeringen een gemiddelde rente wordt toegerekend aan de taakvelden, de zogeheten omslagrente. Deze omslagrente wordt aan het begin van elk jaar vastgesteld. Voor het begrotingsjaar 2025 is de omslagrente bepaald op 1,40%. Hierbij beschouwen we als rentelasten:

  • Voor de externe financiering: het totaal van de rentelasten op de langlopende geldleningen en de kortlopende financiering minus de renteopbrengsten van overtollige middelen.

  • Voor de interne financiering: de bespaarde rente over de eigen financieringsmiddelen, te weten de reserves en voorzieningen en de omslagrente over de investeringen en deelnemingen.

Als de omslagrente afwijkt van de rente die de gemeente (gemiddeld) op haar opgenomen leningen betaalt, ontstaat een renteresultaat. Het renteresultaat voor 2025 is als volgt opgebouwd (bedragen x € 1.000):

a. De externe rentelasten over korte en lange financiering

+/+

5.194

b. De externe rentebaten (idem)

-/-

-665

Saldo rentelasten en rentebaten

4.529

c1. De rente die aan facilitaire grexen (kostenverhaal) moet worden doorberekend

-/-

0

c2. De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden doorberekend (werkelijke rente lening) betreft Rugbyclub en Wooncompagnie

-/-

-6

c3. De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken(= projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend (werkelijke rente lening)

+/+

6

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

4.529

d1. Rente over voorzieningen

+/+

0

d2. Rente over eigen vermogen

+/+

0

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

0,96%

4.529

e. De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag):

- MVA integraal gefinancierd (omslagrente)

-/-

-5.186

- FVA-deelnemingen (omslagrente)

-/-

-890

- Voorraad gronden (grexen)

-/-

-520

1,40%

-6.596

Renteresultaat op het taakveld treasury excl. bespaarde rente

0,44%

-2.067

De boekwaarde van de vaste activa (immaterieel, materieel en financieel) die integraal worden gefinancierd per 1 januari 2025 € 471,1 miljoen. Het rentepercentage van aan taakvelden toe te rekenen rente bedraagt 0,96% (€ 4,5 miljoen/€ 471,1 miljoen). De gemeente rondt dit – met een marge van 0,5% - af naar 1,40% en hanteert dit percentage voor de renteomslag. Alle in de tabel gepresenteerde bedragen zijn verwerkt in de jaarrekening.

Het renteresultaat (afgerond € 2,07 miljoen) nemen we op onder de algemene dekkingsmiddelen (onderdeel eigen financieringsmiddelen). In de Najaarsnota 2025 was rekening gehouden met een renteresultaat van bijna € 2,11 miljoen. Het renteresultaat laat ten opzichte van de Najaarsnota 2025 een verslechtering zien door de transitorische rente die is aangepast (door het aantrekken van een langlopende lening in november 2025) en een lager vergoede rente Svn.

EMU saldo (wet HOF)

De Europese afspraken die in de wet HOF (Houdbare Overheids Financiën) zijn vastgelegd, gaan over de reductie van het begrotingstekort en de staatsschuld. Het Rijk en de medeoverheden leveren een gelijkwaardige inspanning hiervoor. De norm voor de gezamenlijke gemeenten is bepaald op een negatief EMU-saldo van 0,34% van het BBP (Bruto Binnenlands Product). Het aandeel in het EMU-tekort betreft een inspanningsverplichting. Er staat momenteel geen sanctie op een eventuele overschrijding van het toegestane EMU-tekort. Jaarlijks worden de individuele referentiewaarden per gemeente bekend gemaakt (Purmerend 2025 € 16.896.000). Een individuele EMU-referentiewaarde betreft geen norm, maar een indicatie van het aandeel dat een gemeente in de gezamenlijke tekortnorm heeft.

Kredietrisico

Het kredietrisico betreft het risico dat een vordering in waarde daalt doordat een tegenpartij door insolventie of een tekort niet (tijdig) aan haar verplichtingen kan voldoen. In 2025 heeft de gemeente middelen uitgezet bij InWest Regio B.V. via een agiostorting van € 773.870. De totale deelname van Purmerend bedraagt hiermee eind 2025 € 1.805.610 en zal in de komende jaren verder toenemen. Daarnaast is in 2025 een bedrag van € 6 miljoen gestort in het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten (SVn) ten behoeve van starters- en duurzaamheidsleningen. De deelname van Purmerend in dit fonds bedraagt eind 2025 € 26.275.187 en zal eveneens de komende jaren verder oplopen.

De deelname van de gemeente Purmerend loopt een beperkt krediet risico over gelden die zijn uitgezet in het kader van haar publieke taak (woningbouwcorporaties, stadsverwarming en derden). Verder maken we geen gebruik van complexe financiële producten zoals derivaten.

Koersrisico

Het koersrisico is het risico dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen. De gemeente neemt deel in het aandelenvermogen van de N.V. Bank Nederlandse Gemeenten, Stadsverwarming Purmerend, HuisVuilCentrale Alkmaar (HVC), ROM InWest en direct via Alliander (netwerkbeheer). Het risico op waardeverlies van deze aandelen is aanwezig en worden daarom actief gemonitord.

Relatiebeheer/saldobeheer

De doelstelling van het kasbeheer is het zoveel mogelijk beperken van de dagelijkse kasoverschotten c.q. kastekorten met inachtneming van het minimaliseren van de rentekosten en het maximaliseren van de rentebaten van de saldi op de diverse gemeentelijke rekeningen.

Het betalingsverkeer in 2025 heeft zo veel mogelijk plaatsgevonden via de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG). Hieraan ten grondslag ligt de Financieringsovereenkomst voor een krediet- en depotarrangement en elektronisch betalingsverkeer. Op basis hiervan beschikt de gemeente Purmerend over een direct opneembaar krediet via de rekening courant. BNG Bank hanteert in rekening-courant het dagelijks door de European Banking Federation gepubliceerde 1-maands Euribor tarief. Per 31 december 2025 bedroeg het 1-maands Euribor-tarief 2,924%. De bij de BNG aangehouden rekeningen voor belastingen en sociale zaken worden voor de bepaling van het totaal saldo automatisch vereffend.

Daarnaast heeft de gemeente te maken het zogenoemde schatkistbankieren. Dit verplicht gemeenten om hun overtollige financiën onder te brengen bij het Rijk. Tegelijkertijd hoeft het Rijk dan minder geld te lenen op de financiële markten waardoor de staatsschuld daalt. Bij schatkistbankieren worden de tegoeden aangehouden in de Nederlandse schatkist. Tot een bepaald bedrag mogen gemeenten hun overtollige financiën wel buiten de schatkist van het Rijk houden. Voor Purmerend bedraagt dit drempelbedrag in 2025 € 7,3 miljoen. Conform de vereisten in het BBV (art 52c), vermelden we in de toelichting op de balans het drempelbedrag en, per kwartaal, het bedrag aan middelen dat Purmerend buiten ’s Rijks schatkist heeft aangehouden.

Naast het betalingsverkeer via de BNG vond in 2025 nog beperkt betalingsverkeer plaats via de ABN AMRO bank.