2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Doelstelling

De paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is om niet-begrote kosten te dekken. Door de beschikbaarheid van weerstandsvermogen hoeft bij een financiële tegenvaller in de begrotingsuitvoering niet direct tot een bezuiniging te worden overgegaan.

Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen:

A. De weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet-begrote kosten te dekken.

B. Alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie.

In deze paragraaf zetten we eerst de beschikbare weerstandscapaciteit uiteen en daarna de risico’s en het hiervoor benodigd weerstandsvermogen. Beide onderdelen worden vervolgens tegen elkaar afgezet.

Omvang weerstandscapaciteit

Tot de weerstandscapaciteit worden de posten onvoorzien, reserves, stille reserves en de onbenutte belastingcapaciteit gerekend. In onderstaand overzicht worden de afzonderlijke onderdelen beschreven. Hierbij staat aangegeven of en voor hoeveel deze onderdelen bijdragen aan de beschikbare weerstandscapaciteit.

Overzicht beschikbare weerstandscapaciteit (bedragen maal € 1.000)

Onderdeel/Omvang/Duiding

Bedrag
(x € 1.000)

Onderdeel: Algemene reserve (incidenteel)

Omvang: € 73.272

Duiding: Bij de beoordeling van de weerstandscapaciteit is geen rekening gehouden met de voorgestelde resultaatbestemming 2025. De omvang van de reserves moet worden gezien in relatie tot de totale balanspositie: reserves vormen geen vrij besteedbaar ‘potje’, maar zijn onderdeel van het verschil tussen bezittingen en verplichtingen. De algemene reserve is de belangrijkste vrij inzetbare buffer voor het opvangen van financiële tegenvallers. Aanwending van deze reserve vermindert direct de financiële weerbaarheid van de gemeente en vergroot – door de lagere vermogenspositie – de toekomstige schuldquote en financieringsbehoefte.

€ 73.272

Onderdeel: Bestemmingsreserves (incidenteel)

Omvang: € 45.165
Duiding: Bestemmingsreserves kunnen in principe bijdragen aan de afdekking van risico’s, maar zijn door de raad gekoppeld aan specifieke bestedingsdoelen. Deze middelen zijn daarmee volledig geprogrammeerd en niet vrij beschikbaar voor het opvangen van financiële tegenvallers. Omdat inzet van bestemmingsreserves direct ten koste gaat van de realisatie van deze bestuurlijke doelen, worden zij niet meegerekend als onderdeel van de vrij beschikbare weerstandscapaciteit.

€ 0

Onderdeel: Stille reserves (incidenteel)

Omvang: € 5.200

Duiding: De stille reserves bestaan uit gemeentelijke panden, gronden en overige activa waarvoor bij verkoop mogelijk een boekwinst kan worden gerealiseerd. Omdat deze bezittingen veelal in gebruik zijn voor de uitvoering van gemeentelijke taken en niet op korte termijn beschikbaar of verkoopbaar zijn, worden zij niet tot de beschikbare weerstandscapaciteit gerekend. Daarnaast beschikt de gemeente over aandelen in BNG, Alliander en HVC. De werkelijke waarde van deze deelnemingen ligt hoger dan de nominale waarde die volgens het BBV in de balans is opgenomen. Deze aandelen zijn echter niet vrij verhandelbaar, waardoor de waarde ervan niet kan worden verzilverd voor algemene financiële inzet. Bovendien ontvangt de gemeente jaarlijks dividend op deze aandelen. Verkoop zou daarom leiden tot een structurele daling van inkomsten, wat de financiële positie op lange termijn verzwakt. Om deze redenen worden deze deelnemingen niet meegenomen in de bepaling van de beschikbare weerstandscapaciteit.

€ 0

Onderdeel: Onbenutte belastingcapaciteit (structureel)
Omvang: Circa € 11.673
Duiding: De onbenutte belastingcapaciteit betreft het verschil tussen de huidige OZB‑tarieven en het niveau van 120% van het landelijk gemiddelde. Dit vormt in theorie een structurele inkomstenbron die kan worden aangeboord door belastingtarieven te verhogen. Gemeenten worden tot het niveau van 120% in ieder geval niet geconfronteerd met artikel‑12‑toezicht. Ondanks deze potentiële ruimte wordt de onbenutte belastingcapaciteit niet aangemerkt als beschikbare weerstandscapaciteit. Deze beleidsruimte is door de raad nadrukkelijk gereserveerd in het kader van een mogelijke toekomstige taakovername van het wegenbeheer van het hoogheemraadschap (HHNK). Bij overdracht van deze taak zal een verschuiving in belastingheffing plaatsvinden: de huidige wegenheffing van HHNK vervalt voor inwoners, terwijl de OZB‑opbrengst moet worden verhoogd om de gemeentelijke uitvoeringskosten te dekken. Andere heffingen, zoals de afvalstoffenheffing en rioolheffing, zijn volledig kostendekkend en kennen daarom geen structurele onbenutte belastingcapaciteit

€ 0

Onderdeel: Post onvoorzien (structureel)

Omvang: € 50

Duiding: De post onvoorzien bedraagt in Purmerend € 50.000 en is als wettelijk verplichte begrotingspost opgenomen in de jaarstukken 2025. Omdat deze post in de meerjarenbegroting op een gelijk niveau wordt gehandhaafd, wordt zij aangemerkt als onderdeel van de structurele weerstandscapaciteit. Conform de gemeentelijke systematiek wordt de post onvoorzien in de berekening van de beschikbare weerstandscapaciteit 2,5 keer meegenomen. Hoewel de omvang van de post beperkt is, draagt zij bij aan het opvangen van kleinere, niet‑ramingsbare tegenvallers gedurende het begrotingsjaar.

€ 125

Beschikbare weerstandscapaciteit per 1 januari 2026

€ 73.397

Gelet op de bovenstaande tabel wordt in Purmerend de beschikbare weerstandscapaciteit gelijkgesteld aan de algemene reserve en de post onvoorzien.

Meegewogen financiële risico’s

Wat valt er onder risico's en wat niet?

Risico’s zijn er in allerlei soorten en maten. Voor welke risico’s we meenemen worden de onderstaande vuistregels gebruikt.

Kortingen op algemene en specifieke uitkeringen

Kortingen op algemene (het gemeentefonds) en specifieke uitkeringen worden ingeschat en verwerkt in de begroting. Het weerstandsvermogen is nadrukkelijk niet bedoeld als buffer hiervoor. De gemeentelijke begroting moet hierop inspelen. Dat geldt ook voor risico's betreffende het onvolledig kunnen declareren van uitgaven op specifieke uitkeringsregelingen. Deze risico's kunnen we vooraf inschatten en in de p&c cyclus verwerken.

Kosten die moeten worden voorzien

Voor gebeurtenissen waarvan het zeker is dat ze zich voor gaan doen en waarvan de omvang ook bekend is, worden voorzieningen ingesteld. Bij het weerstandsvermogen kunnen deze kosten derhalve buiten beschouwing worden gelaten.

Rampen en crisis

Voor rampen en crisissituaties geldt dat er een scala aan beheersmaatregelen is getroffen. Dit betreft enerzijds het rampenplan waarmee aangegeven wordt hoe een (dreigende) ramp of crisis te lijf wordt gegaan en anderzijds is er sprake van een verzekerd risico. Voor zover dit niet het geval is zal worden teruggevallen op de Rijksoverheid. Uiteraard kan er sprake zijn van een financieel nadeel voor de gemeente. De omvang hiervan is niet vooraf in te schatten. Voor zover het in de beïnvloedingssfeer ligt van de gemeente wordt via de weg van vergunningen en periodieke toetsing gezorgd voor het minimaliseren van de risico's. Rampen en crises worden niet meegenomen in de risico’s tenzij die voldoende kwantificeerbaar zijn.

Kleine risico's

Voor bepaling van de wenselijke omvang van het weerstandsvermogen hebben we de financiële risico's in kaart gebracht. Bij deze risico's hanteren we een ondergrens van € 100.000. Risico's daaronder lichten we hier verder niet toe, omdat het een lange reeks van kleine risico's betreft.

Daadwerkelijk opgetreden risico’s gedurende het jaar maken onderdeel uit van de jaarrekening en/of tussenrapportages. In de begroting houden wij rekening met de reguliere risico's. Veelal kunnen we deze via een verzekering afdekken. Bij deze risico’s geldt dat we kunnen inschatten of het risico zich daadwerkelijk zal manifesteren en de omvang van het risico.

Om de risico’s op te vangen, zijn verschillende maatregelen mogelijk:

  • Bijstelling van de geldende beleidskaders, hierdoor kunnen we de uitvoeringskosten beperken. Dit kan bijvoorbeeld door de grenzen te verhogen waarboven de gemeente een bijdrage verleent.

  • Inkomstenverhogende maatregelen nemen wanneer risico’s zich manifesteren op onderdelen met kostendekkende dienstverlening.

  • Frequent(er) toetsen of het risico zich al voordoet en zo goed mogelijk maatregelen treffen ter beheersing van onzekerheden. Deze maatregel kunnen we inzetten op die onderdelen waarvan de gemeente de uitkomst niet kan sturen, maar waarvan we de uitkomsten wel kunnen volgen. Doel van de maatregel is dan om te voorkomen dat 'ongemerkt' de begroting en de werkelijkheid uiteen groeien en er nadelen optreden.

In de bepaling van het benodigde weerstandsvermogen is niet afgewogen of alle risico's zich gelijktijdig kunnen en zullen voordoen. De risico's zijn daarom opgeteld. Zodra risico's zich daadwerkelijk voordoen wegen we af of we structurele maatregelen moeten nemen.

Benodigd weerstandsvermogen

In onderstaande tabel staan de actuele risico-onderwerpen en is aangegeven of we voor dit onderwerp rekening houden met benodigd weerstandsvermogen. Als er sprake is van een structureel risico wordt dit vermenigvuldigd met 2,5 om het zo te kunnen afzetten tegen de weerstandscapaciteit (Conform de werkwijze van het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement (Naris). Ook staat hier welke beheersmaatregel we kunnen inzetten om het risico zoveel mogelijk te verkleinen of uit te schakelen. In de omschrijving is het toegelicht als de huidige inschatting afwijkt van de inschatting in de begroting.

Overzicht meegewogen financiële risico's

Onderwerp/omschrijving/beheersmaatregel

Bedrag
(x € 1.000)

Onderwerp: Algemene spoedbuffer (structureel)
Omschrijving:
De afgelopen jaren is de algemene reserve herhaaldelijk ingezet voor voorfinanciering van landelijke regelingen (o.a. COVID‑19, opvang Oekraïense vluchtelingen, energietoeslag). De huidige geopolitieke onzekerheden, waaronder de spanningen rond Iran, kunnen opnieuw leiden tot hogere kosten, stijgende energieprijzen en aanvullende Rijksregelingen die gemeenten tijdelijk moeten voorfinancieren. Daarom houden wij een minimale buffer van 1% van de gemiddelde begrote lasten aan, zodat de gemeente financiële schokken adequaat kan opvangen.
Beheersmaatregel: Er worden geen aparte beheersmaatregelen ingezet. Dit risico en risicobedrag is gewijzigd ten opzichte van de jaarrekening 2024 en ongewijzigd ten opzichte de begroting 2026.

€ 3.571

Onderwerp: Kostenstijgingen als gevolg van schaarste (structureel)
Omschrijving: De huidige samenloop van ontwikkelingen — waaronder het mondiale economische herstel, de aanhoudende oorlog in Oekraïne en de verder escalerende spanningen in het Midden-Oosten (o.a. Gazastrook en Iran) — zorgt voor blijvende schaarste aan personeel, materialen en energie. Hierdoor nemen projectkosten toe en ontstaan risico’s op vertraging door verstoringen in internationale toeleveringsketens. Om te voorkomen dat projecten worden uitgehold, is in de programmabegroting al rekening gehouden met hogere krediethoogtes. In de risicoberekening is aanvullend een 4% stijging over de totale investeringssom 2025–2029 opgenomen. Dit leidt tot structureel hogere kapitaallasten, waarvoor in de risico‑inschatting een factor 2,5 is meegenomen vanwege het structurele karakter van deze kostenstijging.
Beheersmaatregel: Er is geen stelpost meer opgenomen voor prijsstijgingen. Voor aanpassing van de kredieten zijn daarom voorstellen aan de raad nodig ten laste van de begrotingsruimte. Beheersing moet plaatsvinden door prioritering en fasering. Dit risico en risicobedrag is gewijzigd ten opzichte van de jaarrekening 2024 en ongewijzigd ten opzichte van de begroting 2026.

€ 1.993

Onderwerp: Wmo, Jeugdwet en Participatiewet

Omschrijving:

Binnen het maatschappelijk domein biedt Purmerend hulp vanuit de Jeugdwet, Participatiewet en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Voor het maatschappelijk domein gelden binnen deze beleidskaders onzekerheden aan zowel de uitgaven- als de inkomstenkant. Het betreffen openeinderegelingen waarbij de uitgaven niet altijd beheersbaar zijn. Binnen Participatie geldt daarnaast dat de uitgaven conjunctuurgevoelig zijn. Tenslotte geldt dat de middelen die het Rijk op lange termijn beschikbaar stelt aan gemeenten voor deze taken ter discussie staan en dat zorgt voor onzekerheden aan de inkomstenkant. Gemeenten moeten uiteraard anticiperen op deze ontwikkelingen, maar op jaarbasis kan er sprake zijn van aanzienlijke financiële effecten vanwege de omvang van de budgetten. Om die reden is een buffer nodig. Deze buffer is als volgt bepaald:

1.Jeugdwet:
De uitgaven voor specialistische jeugdhulp staan onder aanhoudende druk. De kosten nemen toe doordat:

  • de complexiteit van de zorgvraag stijgt; jeugdigen melden zich vaker met meervoudige en zwaardere problematiek;

  • de duur van zorgtrajecten toeneemt; jeugdigen blijven langer in behandeling;

  • de intensiteit van zorg groeit; behandelingen worden zwaarder en arbeidsintensiever.

Deze ontwikkeling zorgt ervoor dat het budget voor specialistische jeugdhulp gevoelig is voor relatief kleine afwijkingen in volume of zorgzwaarte. Een beperkte procentuele overschrijding kan daardoor direct leiden tot substantiële financiële tegenvallers. Voor de risicobepaling is uitgegaan van het gemiddelde procentuele tekort over 2024 en 2025, afgezet tegen de realisatie van de jaarrekening 2025. Dit resulteert in een geraamd risico van € 14,7 miljoen. Conform de gemeentelijke systematiek wordt als ondergrens 1% van de jaarrekening 2025 gehanteerd (€ 0,4 miljoen). Gezien de structurele trend van toenemende zorgzwaarte en de gerealiseerde tekorten in de afgelopen jaren, wordt het risico vastgesteld op € 14,7 miljoen.

Het is nog onduidelijk in hoeverre het nieuwe (minderheids)kabinet de aanbevelingen van de commissie Van Ark zal overnemen. Hoewel rijk en VNG hebben afgesproken dat dit rapport richtinggevend blijft en in 2027 een zwaarwegend advies wordt verwacht, moeten definitieve keuzes nog door het nieuwe kabinet worden gemaakt. Hierdoor blijven de financiële kaders na 2027 onzeker. Daarnaast worden aanvullende beheersmaatregelen voor de jeugdzorg vanaf 2028 voorbereid, waaronder sturing op trajectduur en een mogelijke eigen bijdrage. Deze maatregelen vereisen nog politieke besluitvorming en kunnen substantiële budgettaire gevolgen hebben.

De landelijke en regionale krapte aan jeugdzorgprofessionals vormt een blijvend risico. De beperkte personele beschikbaarheid zorgt al meerdere jaren voor hoge werkdruk, oplopende wachttijden en beperkte doorstroom. Dit kan leiden tot capaciteitsdruk bij aanbieders en vertraging in de uitvoering van hulpverleningstrajecten, wat mogelijk resulteert in hogere kosten of noodzaak tot duurdere zorgvormen.

De huidige contracten voor (hoog)specialistische jeugdhulp eindigen per 31 december 2026. Om continuïteit van zorg te waarborgen, zijn twee nieuwe aanbestedingen gestart om vanaf 2027 een toereikend en stabiel aanbod te garanderen. Het uitgangspunt is het hanteren van reële en uitvoerbare tarieven, zonder dat deze leiden tot hogere kosten voor gemeenten ten opzichte van de huidige contracten. Deze verplichting sluit aan bij landelijke afspraken over een beheersbaar en doelmatig jeugdzorgstelsel.

2. Wmo:De kostenstijging in de Wmo de afgelopen jaren komt onder andere door het uniforme abonnementstarief. Daarnaast hebben we te maken met dubbele vergrijzing en daardoor een toename van (complexere) ondersteuningsaanvragen. Bovendien zijn de kosten van de zorg gestegen met name door salarisstijgingen (inflatiecorrectie) en een krappe arbeidsmarkt. De inkomens- en vermogensafhankelijke bijdrage in de WMO is nog niet ingevoerd. Zonder wetswijzigingen of compensatie door het Rijk zal dit tot extra niet begrote uitgaven leiden. Deze wet is op dit moment controversieel verklaard. Ook hier houden we als risico het gemiddelde procentuele tekort over 2024 en 2025 ten opzichte van de jaarrekening 2025 aan. Dat leidt dit tot een bedrag van € 0,6 miljoen.Als ondergrens wordt 1% van de jaarrekening 2025 aangehouden (€ 0,3 miljoen). In dit geval wordt € 0,6 miljoen opgenomen.

3. Participatiewet:

We zien dat deze kosten van begeleiding van mensen die onder de Participatiewet vallen in de praktijk hoger zijn dan waar het rijk zijn budget op baseert. Als we het risico berekenen op dezelfde manier als Jeugdwet en Wmo, namelijk het gemiddelde procentuele tekort over 2024 en 2025 ten opzichte van de jaarrekening 2025, dan leidt dit tot een lager bedrag dan dat wij als ondergrens hanteren. Als ondergrens wordt 1% van de jaarrekening 2025 aangehouden (€ 72.000). In dit geval wordt € 72.000 opgenomen.

Beheersmaatregel: Er worden diverse beheersmaatregelen binnen het sociaal domein ingezet, zoals bijvoorbeeld de inzet op preventie bij Jeugd. Dit risicobedrag is gewijzigd ten opzichte van de jaarrekening 2024 en de begroting 2026.

€ 15.300

Onderwerp: Asbestsaneringen
Omschrijving: In een aantal gemeentelijke panden, waaronder onderwijsgebouwen, is asbest toegepast. Naar de aanwezigheid van asbest en de mogelijkheden tot sanering doen wij onderzoek. In een aantal gebouwen is het aanwezige asbest geen risico en kan verwijdering alleen gebeuren als bouwkundige werkzaamheden plaatsvinden. Aan te kopen panden worden door een gecertificeerde partij op asbest geïnventariseerd. Als er asbest in een pand wordt geconstateerd dan wordt dit op deskundige wijze geïnventariseerd en wordt sanering overwogen. De begroting wordt hierop aangepast indien nodig. Controle op de aanwezigheid van asbest is alleen vereist bij objecten die voor 1994 zijn gebouwd. Het is lastig te voorspellen wat de omvang van een asbestsanering per situatie is omdat asbestrisico ook afhangt van het gebruik van een bouwwerk of object. Het verwijderen van asbest vergt vrijwel altijd herstelwerkzaamheden, bijvoorbeeld na verwijderen van kozijn-borstwering en vensterbanken. Als stelpost wordt daarom rekening gehouden met € 0,5 miljoen.

Beheersmaatregel: Er worden geen aparte beheersmaatregelen ingezet. Dit risico en risicobedrag is ongewijzigd t.o.v. de jaarrekening 2024 en de begroting 2026.

€ 500

Onderwerp: Proeftuin aardgasvrije wijken
Omschrijving: In het eerste halfjaar van 2026 loopt het project Aardgasvrije wijken ten einde. Na afronding van het project vindt de eindafrekening plaats. Op basis van de nu voorliggende gegevens is hiervoor voldoende budget gereserveerd. SVP heeft het warmteleidingnetwerk reeds aangelegd (zowel het primaire als secondaire net) en de aannemer is op dit moment bezig met het aanbrengen van modificaties achter de voordeur (plaatsen van o.a. de afleverset). Bij deze werkzaamheden hebben zich tot op heden nog geen voorvallen voorgedaan, daarmee wordt het risico op calamiteiten op laag ingeschat. Desondanks is er een kleine kans dat schadeclaims over de uitvoeringswerkzaamheden voor rekening van de gemeente komen. Om inwoners te ontzorgen treedt de gemeente desgevraagd op als opdrachtgever. Dit kan een klein risico geven indien hierdoor schade ontstaat die niet verhaald kan worden op het uitvoerende bedrijf..
Beheersmaatregel: In het project Aardgasvrij is een bloksgewijze aanpak gekozen zodat het risico van een budgetoverschrijding kon worden beheerst. Binnen de ramingen van de verschillende blokken is vanwege onzekerheden (prijsstijgingen en onvoorziene werkzaamheden) rekening gehouden met een post onvoorzien. Het risico op vervolgschade door uitgevoerde werkzaamheden is daar geen onderdeel van. Het huidige budget is voldoende om de eindafrekening te voldoen. Ondanks het beperkte risico op eventuele vervolgschade, wordt voorgesteld om 10% van de uitvoeringskosten Blok 3 toe te voegen aan het weerstandsvermogen. Dit risico en risicobedrag is gewijzigd ten opzichte van de jaarrekening 2024 en de begroting 2026.

€ 215

Onderwerp: Grondexploitaties
Omschrijving: Binnen de grondexploitaties zijn 2 risico's berekend: portefeuille- en projectrisico's. Voor de portefeuillerisico's worden 2 effecten doorgerekend: het effect van 7,5% kostenstijging over de nog geraamde uitgaven, het effect van grondwaarder regulering middelhuur en 2,5% hoger rentepercentage. Deze macro-economische effecten zijn opgeteld € 5,58 miljoen. Daarnaast zijn per grondexploitatie projectspecifieke risico's berekend, totaal € 14,41 miljoen. Projectspecifieke risico Baanstee Noord (0,83 miljoen) wordt niet meegenomen gezien het te verwachten positieve resultaat. Per grondexploitatie wordt dit nader toegelicht in het Meerjaren Programma Grondexploitaties (MPG).

Beheersmaatregel: Per grondexploitatie zijn specifieke maatregelen genomen om het beslag op het weerstandsvermogen te beperken. Dit risico en risicobedrag is gewijzigd ten opzichte van de jaarrekening 2024 en de begroting 2025.

€ 19.160

Onderwerp: Uitval van kritische applicaties/systemen i.v.m. cyberaanval
Omschrijving: Het risico op schade door een cyberaanval blijft toenemen. Zo is ook terug te zien in het ‘cyber security beeld Nederland’ die jaarlijks wordt uitgebracht door het NCSC (Nationaal Cyber Security Center). Voor overheden is de laatste jaren een trend zichtbaar: Het risico op verstoringen van de ICT door ‘cybervandalen en scriptkiddies’ was al hoog en neemt toe, het risico op verstoringen van de ICT door beroepscriminelen is ongewijzigd hoog. Een cyberincident van enige omvang (bijvoorbeeld ransomware) brengt direct hoge kosten met zich mee. Denk daarbij onder meer aan het opbouwen van een tijdelijke organisatie om de bedrijfsvoering door te kunnen zetten, onderzoek en herstel van de situatie (waaronder wederopbouw van het ICT-landschap) en evalueren en investeren om herhaling te voorkomen. Het bedrag van € 9,5 miljoen is gebaseerd op bedragen in de media van gemeenten die geraakt zijn en gemeenten die bedragen opnemen in hun weerstandsvermogen.
Beheersmaatregel: Gemeenten zijn in 2015 aangesloten bij de IBD (Informatiebeveiligingsdienst) VNG en hebben de BIO (Baseline Informatiebeveiliging Overheid) als vigerend normenkader. In de BIO staat risicomanagement en het treffen van passende maatregelen centraal. De maatregelen worden, indien van toepassing, doorgevoerd en op eventuele kwetsbaarheidsmeldingen wordt actief en snel gereageerd. In de organisatie worden acties georganiseerd om het bewustzijn rondom cybercriminaliteit binnen de organisatie te verhogen. Ook worden medewerkers actief herinnerd aan de wijze waarop zij veilig moeten werken. Dit risico en risicobedrag is ongewijzigd ten opzichte van de jaarrekening 2024 en de begroting 2026.

€ 9.500

Onderwerp: Wegenbeheer
Omschrijving: Het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) is bezig met de overdracht van alle wegen en het wegbeheer aan gemeenten om zich volledig te richten op de eigen watertaak. Inmiddels heeft HHNK nagenoeg alle wegen in Noord-Holland overgedragen. Er zijn nog 2 Waterlandse gemeenten waarbij dit nog dient te gebeuren. Er is samen met de regiogemeenten (Waterland, Wormerland, Edam- Volendam, Landsmeer), inclusief HHNK, gewerkt aan het opstellen van uitgangspunten voor het maken van de business case voor de overdracht van de wegen. Deze uitgangspuntennotitie is op 28 februari 2023 vastgesteld in het college en daarna begin maart 2023 met een raadsbrief ter info naar de raad gestuurd. De uitgangspuntennotitie is de basis om te komen tot een business case. De business case moet inzicht geven in de financiële gevolgen van een wegenoverdracht ter ondersteuning van de uiteindelijke besluitvorming.

Naast de wegen gaat het ook om de bijbehorende bomen en overige inrichting. In de Beemster betreft dit een omvangrijk areaal. HHNK betaalt op dit moment het onderhoud van de wegen voor een deel uit de bijdragen van gemeenten en voor een deel uit de wegenheffing die het HHNK in rekening brengt bij de inwoners van de gemeenten waarvoor zij wegen in beheer en eigendom hebben. In 2025 was zowel de volledige omvang van hetgeen dat HHNK wil overgedragen als de impact/kwaliteit van de over te dragen activa (wegen, bomen en kunstwerken) nog niet volledig in beeld. In 2025 zijn er onderzoeken gestart naar de kwaliteit van de wegen en civiele kunstwerken (bruggen). De verwachting is, mede afhankelijk van de voortgang van de onderzoeken die als input dienen voor een volledige en juiste business case, dat er in 2026 voldoende inzicht is om te komen tot een bestuurlijk standpunt en advies aan college en raad. De ervaring bij andere gemeenten leert ons dat daar na overdracht is gebleken dat de kwaliteit onvoldoende in beeld is gebracht en dat deze gemeenten geconfronteerd zijn met onverwachte meerkosten, mede als gevolg van onzorgvuldig gezamenlijk onderzoek en achterstallig groot onderhoud, gebreken in funderingen en hierdoor noodzakelijke vervroegde vervangingen. In november 2025 is de gemeenteraad via een werksessie op de hoogte gebracht over de stand van zaken van de wegenoverdracht.
Beheersmaatregel: Gezien de beschreven ervaringen van andere gemeenten willen we dit traject zorgvuldig lopen en willen we de staat en omvang van het areaal vóór de overdracht vaststellen. In samenwerking met HHNK zijn we bezig om mogelijk over te dragen activa in beeld te krijgen. In 2025 is gestart met een onafhankelijk onderzoek om de kwaliteit van activa in beeld te brengen. Door het ontbreken van goede gegevens, worden er aanvullende metingen en onderzoeken gedaan in overleg met het HHNK. Gezien de resultaten van diverse onderzoeken naar de kwaliteit van wegen en bomen en een verwacht oorzakelijk verband met taluds heeft de gemeente in afstemming met HHNK daarom, begin 2026 een onderzoek laten starten naar de kwaliteit van de taluds. Met name door deze extra onderzoeken die nodig zijn om de kwaliteit en te verwachten noodzakelijke aanvullende maatregelen vast te stellen, is ook de geplande overdracht per 1 januari 2026 niet gerealiseerd.

Met de uitkomsten van deze onderzoeken zal duidelijker worden wat een eventuele overname betekent en welke onzekerheden resteren. Met HHNK zullen ten aanzien van voorwaarden van overdracht inclusief de resterende herstelwerkzaamheden, alsook over de resterende risico’s afspraken gemaakt moeten worden, voor de overdracht naar de gemeente kan plaatsvinden. Als deze afspraken en de impact in beeld zijn gebracht in de business case, kan er een besluit over genomen worden door college en raad. Overname van deze taak gaat betekenen dat er voor de inwoners een verschuiving van belastingen plaatsvindt. Dit betekent dat de gemeentelijke OZB-opbrengst omhoog moet om de kosten van deze taak te dragen. Daar staat tegenover dat de wegenheffing die het HHNK in rekening brengt bij inwoners komt te vervallen. Er is niet gerekend met een bedrag voor het onderhoudsniveau, omdat hier op dit moment nog geen adequate inschatting van kan worden gemaakt. Vanwege de omvang is dit een risico voor de gemeente. Ten aanzien van de verschuiving van de overdracht van de wegenheffing is deze gekoppeld aan de onbenutte belastingcapaciteit. Hierdoor is er voor dit onderdeel niet gerekend met een bedrag in de weerstandscapaciteit. Dit risico is ongewijzigd ten opzichte van de jaarrekening 2024 en de begroting 2026.

€ p.m.

Onderwerp: Loon/prijsstijgingen
Omschrijving: De ontwikkeling van de loonkosten van de gemeenteambtenaren volgt de cao. In 2025 is er een nieuwe cao afgesloten (looptijd 1 april 2025 tot en met 31 maart 2027). In de oorspronkelijke Programmabegroting was rekening gehouden met een stijging van 3% voor cao- en werkgeverslasten. Op basis van de daadwerkelijke cao-afspraken ( een loonstijging van 2% per 1 april 2025 en 1,85% per 1 oktober 2025 ) bedraagt de gemiddelde loonontwikkeling in 2025 circa 2%. Voor 2026 wordt een loonontwikkeling verwacht van circa 3,5% tot 4,5%, afhankelijk van de salarisschaal en het effect van de nominale verhoging. Voor de periode na afloop van de huidige cao (na 31 maart 2027) zijn nog geen nieuwe cao‑afspraken bekend. Hierdoor bestaat onzekerheid over de toekomstige loonontwikkeling. In de meerjarenraming is daarom vanaf 2027 uitgegaan van een structurele loonontwikkeling van 3%, in lijn met de vastgestelde begrotingsuitgangspunten. Deze inschatting is afhankelijk van de uitkomsten van toekomstige cao‑onderhandelingen en de economische ontwikkelingen. Een afwijking van 1% op de totale loonsom geeft een extra last van ruim € 0,61 miljoen (inclusief gesloten budgetten).

Voor prijsstijgingen op de begrote materiële budgetten is het uitgangspunt dat deze binnen de bestaande budgetten worden opgevangen. Dit betekent dat de (meerjaren)budgetten niet automatisch worden aangepast aan het inflatiepercentage. Alleen waar dit noodzakelijk is verhogen wij het budget met de verwachte prijsstijging. Gezien ons gekozen uitgangspunt kunnen wij in 2026 en volgende jaren geconfronteerd worden met prijsstijgingen, waarmee niet of onvoldoende rekening is gehouden om de hieruit voortvloeiende hogere lasten op te kunnen vangen. Voor algemene prijsstijgingen wordt een bedrag van € 1,35 miljoen aangehouden (1 % van € 135,4 miljoen). Gerekend is met 2,5 keer dit structurele risico (€ 3,4 miljoen).
Beheersmaatregel: Voor een hoger loon- en prijsniveau is in de begroting geen reservering opgenomen. Dit risico en risicobedrag is gewijzigd ten opzichte van de jaarrekening 2024 en de begroting 2026.

€ 3.992

Onderwerp: Wachtgeld wethouders
Omschrijving: Na het aftreden van wethouders, voor het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, is er een recht op wachtgeld. De duur van deze wachtgeldverplichting is afhankelijk van de duur van het wethouderschap, het loopbaanprincipe en de leeftijd van de ex-wethouder. Voor ex-wethouders die momenteel recht hebben op wachtgeld heeft de gemeente een voorziening gevormd en zijn de lasten afgedekt. Indien een lid van het huidige college zijn/haar functie neerlegt, ontstaat er een nieuwe verplichting. De burgemeester valt niet onder de wachtgeldverplichting voor de gemeente maar onder die van de Provincie Noord-Holland. De maximale wachtgeldverplichting voor de 5 wethouders van de gemeente Purmerend bedraagt circa € 2,11 miljoen. Als gevolg van de gemeneteraadsverkiezingen in maart 2026 is er tot er een nieuw collge is gevormd een demissionair college. De kans dat het voltallige college in de nieuwe periode niet volledig terugkeert en dat daarmee alle collegeleden gebruik maken van het recht op wachtgeld wordt beperkt geacht. Om die reden is 25% van het totale risico meegenomen (25% x € 2,11 mln = € 528.000,-).
Beheersmaatregelen: Er is geen aparte beheersmaatregel getroffen. Indien een bestuurder gebruik maakt van wachtgeld wordt de maximale wachtgeldverplichting in de loop van het jaar van aftreden gestort in een wachtgeldvoorziening. De omvang van het risicobedrag is gewijzigd ten opzichte van de jaarrekening 2024 en ongewijzigd ten opzichte van de begroting 2026.

€ 528

Onderwerp: Renterisico
Omschrijving:
Bij toekomstige financiering loopt de gemeente een renterisico. Dit is het risico dat de marktrente waartegen wordt geleend hoger uitvalt dan eerder is geraamd. Ook bestaat er een renterisico op het moment van renteherziening bij een lopende lening. De gemeente trekt langlopende leningen aan om in de eigen financieringsbehoefte te voorzien. De jaarlijkse kosten van de financieringsbehoefte (rentelasten) worden bepaald door de omvang van de bestaande leningenportefeuille, de financieringsbehoefte als gevolg van voorgenomen investeringen en de van toepassing zijnde rentetarieven. Een stijging van de rentetarieven ten opzichte van de begroting leidt namelijk tot hogere rentelasten. Bij het berekenen van de benodigde weerstandscapaciteit wordt er vanuit gegaan dat een structurele rentestijging van 1% ten opzichte van de verwachtingen moet kunnen worden opgevangen. Bij een netto jaarlijkse financieringsbehoefte van gemiddeld € 111 miljoen en een stijging van de rente van 1% bedraagt de toename van de rentelasten jaarlijks structureel circa € 1,11 miljoen. Voor de waardering van het risico wordt uitgegaan van een bedrag van € 4,44 miljoen (4 jaar x € 1,11 miljoen).
Beheersmaatregelen: Via het zogeheten renteomslagpercentage worden de rentelasten toegerekend aan de programma's waarvoor sprake is van een financieringsbehoefte. Het renteomslagpercentage wordt berekend op basis van de uitgangspunten van de door de raad vastgestelde begroting. Verder wordt de financieringsbehoefte periodiek meerjarig bepaald en wordt beoordeeld of incidenteel dan wel structureel tot afdekking van het renterisico dient te worden overgegaan. De omvang van het risicobedrag is gewijzigd ten opzichte van de jaarrekening 2024 en de begroting 2026.

€ 4.440

Onderwerp: Gemeentefonds
Omschrijving: De gemeentelijke inkomsten zijn in hoge mate afhankelijk van het Gemeentefonds. Meerdere keren per jaar (meestal mei en september) worden via de circulaires mutaties in de totale ontvangsten doorgevoerd; deze werktijdige bijstellingen kunnen gedurende het jaar tot (in)directe mee- en tegenvallers leiden. Op de hoogte van de algemene uitkering kan door de gemeente geen invloed worden uitgeoefend. Tegen deze achtergrond onderscheiden we vier belangrijke risico’s die direct doorwerken in onze meerjarenpositie:

  • Herijking verdeling (vanaf 2027) – De verdeelsystematiek is nog niet uitgekristalliseerd; dit kan leiden tot structurele voor‑ of nadelen in de algemene uitkering per gemeente.

  • Nieuwe groeisystematiek (accres → bbp) – De fondsgroei volgt het bbp en niet langer de rijksuitgaven; bij tegenvallende economische groei blijft de uitkering achter terwijl kosten (o.a. sociaal domein, loon/prijs) doorgaans doorstijgen.

  • Onzekerheid tijdelijke rijksbijdragen (o.a. Jeugd) – Tijdelijke compensaties zijn niet structureel geborgd; (gedeeltelijk) wegvallen vergroot het risico op structurele tekorten in het sociaal domein.

  • Btw‑compensatiefonds (BCF) – Door het landelijke plafond en de jaarlijkse afrekening kan het compensatiepercentage dalen.

Gezien de dynamiek in het fonds wordt de maximale impact van dit risico geschat op € 13,108 miljoen over de gehele looptijd.
Beheersmaatregel: De algemene uitkering maakt integraal onderdeel uit van de begroting. De schommelingen worden op het eerstvolgende moment binnen de exploitatie verwerkt om deze sluitend te houden. Dit gebeurt door het op de voet volgen van ontwikkelingen (circulaires/rijksbegroting). De omvang van dit risicobedrag is gewijzigd ten opzichte van de jaarrekening 2024 en ten opzichte van de begroting 2026.

€ 13.108

Onderwerp: Strategische aankopen
Omschrijving: In het kader van ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente doet de gemeente strategische aankopen. De intentie van deze aankopen is om deze later in te zetten in gebiedsontwikkelingsprojecten of vastgoedontwikkeling. Aan deze aankopen gaat een onderhandelingstraject vooraf waardoor in de koopprijs meestal ook een prijs zit voor toekomstig voordeel. Omdat deze aankopen nog niet in een grond- of vastgoed exploitatie zijn opgenomen, bestaat het risico dat bij geen doorgang van het project, te veel is betaald. Zekerheidshalve wordt daarom 25% van de boekwaarde (4,8 miljoen) opgenomen als risico.
Beheersmaatregel: Op deze investeringen worden geen kosten geactiveerd. De omvang van dit risicobedrag is gewijzigd ten opzichte van de jaarrekening 2024 en ten opzichte van de begroting 2026.

€ 1.201

Onderwerp: Garanties en borgstelling
Omschrijving: De gemeente heeft aan diverse maatschappelijke instellingen, woningcorporaties, sportverenigingen, stichtingen en deelnemingen garanties en borgstellingen verleend. Bij de afweging voor financiële steun aan een instelling maakt Purmerend een afweging tussen het belang van de publieke taak en de financiële risico’s. Garantstelling kan worden ingezet als middel om een of meer beleidsdoelen te realiseren. Conform artikel 16 lid 3 uit de Financiële Verordening 2026 van de gemeente Purmerend worden financiële risico’s samenhangend met door de gemeente verstrekte garanties en borgstellingen meegewogen in de berekening van het benodigde weerstandsvermogen. Per 31 december 2025 heeft de gemeente in totaal € 2.411 miljoen aan waarborgen en garanties afgegeven. Dit betreft voornamelijk € 2.276 miljoen achtervang WSW (Volkshuisvesting), € 118 miljoen garantstellingen aan de Stadsverwarming Purmerend (SVP) en € 16 miljoen garantstellingen aan de HuisVuilCentrale Alkmaar (HVC). De resterende garantstellingen betreffen Maatschappelijke instellingen en sportverenigingen. Op 28 september 2023 heeft de gemeenteraad ingestemd met raadsbesluit 1587205 inzake wensen en bedenkingen leningplafond SVP 2023-2026. In dit raadsbesluit is een borgstelling afgegeven voor de periode juli 2023 tot en met juni 2026 van € 65 miljoen. Waarbij het borgstellingsplafond ten aanzien van de langlopende geldleningen maximaal € 123 miljoen bedraagt. De gemeente staat daarnaast borg voor het rekening-courant krediet van SVP dat € 15 miljoen bedraagt. Daarmee komt de totale borgstelling op maximaal € 138 miljoen uit.
Beheersmaatregel: Er worden geen aparte beheersmaatregelen ingezet voor de WSW achtervangpositie. Voor de beheersing van de garanties aan HVC en SVP neemt de gemeente actief deel aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders. Dit risico wordt op p.m gesteld omdat de afgelopen jaarrekeningen van beide deelnemingen een positief resultaat laten zien, op de jaarrekening 2023 van SVP na. Ook hebben beide deelnemingen een positieve meerjarenraming opgesteld. Dit risico en risicobedrag is ongewijzigd ten opzichte van de jaarrekening 2024 en de begroting 2026.

€ p.m.

Onderwerp: Fiscaliteiten
Omschrijving: De gemeente draagt diverse rijksbelastingen af. Dit betreffen met name loonbelasting, vennootschapsbelasting en omzetbelasting. Het fiscaal landschap is ingewikkeld. Het risico bestaat dat de gemeente fiscale wetgeving toepast of interpreteert waar de Belastingdienst een ander standpunt over heeft. De gemeente loopt dit risico ten aanzien van aangiften die nog niet definitief zijn vastgesteld door de Belastingdienst. Ook loopt de gemeente dit risico op moment dat de Belastingdienst een boekenonderzoek bij de gemeente komt uitvoeren. Indien de Belastingdienst op het standpunt staat dat de gemeente de fiscale wetgeving onjuist heeft toegepast, en hier eventueel bij de rechter in het gelijk over wordt gesteld, loopt de gemeente het risico op een naheffing. Ook heeft de Belastingdienst de mogelijkheid om indien van toepassing nog 5 jaar terug te vorderen en de naheffing te verhogen met een boete.
Beheersmaatregel: Bij complexe fiscale vraagstukken maakt de gemeente gebruik externe fiscaal deskundigen. Het risico en risicobedrag is gewijzigd ten opzichte van de jaarrekening 2024 en de begroting 2026.

€ 2.965

Onderwerp: Klimaatveranderingen

Omschrijving: De gemeente ervaart de gevolgen van klimaatverandering. Eens in de zoveel jaar doen zich extreme wateroverlast, droogte of storm voor. Recent heeft zomerstorm Poly (juli 2023) voor hoge gemeentelijke herstelkosten ten aanzien van de bomen gezorgd. Het risico op schade in de openbare ruimte als gevolg van klimaatverandering neemt naar verwachting toe. Gezien de onzekere aard van de klimaatrisico’s is dit onderwerp opgenomen in het weerstandsvermogen waarbij als uitgangspunt is gehanteerd de herstelkosten inzake zomerstorm Poly (1,9 miljoen) vermenigvuldigd met een kans van voordoen van 10% en de structurele factor van 2,5.

Beheersmaatregel: De klimaatopgave maakt integraal onderdeel uit van alle planvorming die de gemeente onderhanden heeft voor de openbare ruimte: van het gemeentelijke rioleringsplan tot de actualisatie van het IBOR. Het risicobedrag is ongewijzigd ten opzichte van de jaarrekening 2024 en de begroting 2026.

€ 464

Onderwerp: Afrekening subsidies

Omschrijving: De gemeente ontvangt diverse subsidies en specifieke uitkeringen. Er zijn de afgelopen jaren diverse grote en complexe specifieke uitkeringen ontvangen maar ook diverse subsidies vanuit de Provincie. De diverse specifieke uitkeringen en subsidies worden vaak als voorschot, of deels als voorschot aan de gemeente beschikbaar gesteld. Aan de voor de gemeente beschikbaar gestelde subsidies en specifieke uitkeringen zijn bestedingsvoorwaarde verbonden. Het risico bestaat dat de gemeente niet aan alle gestelde bestedingsvoorwaarden voldoet en de verstrekkende instanties een deel van de verstrekte voorschotten terugvraagt. Daarnaast heeft het Kabinet in het hoofdlijnenakkoord voornemens om de specifieke uitkeringen deel uit te laten maken van het gemeentefonds. De exacte impact daarvan is nog niet bekend en niet meegenomen in deze berekening. Als uitgangspunt is berekend de vooruitontvangen subsidiegelden per einde boekjaar vermenigvuldigd met een kans van voordoen van 10%.

Beheersmaatregelen: Per subsidietoekenning vind een startgesprek plaats zodat de uitvoerende afdeling weet waaraan zij de subsidiegelden morgen besteden en wat zij moeten verantwoorden. Het risicobedrag is gewijzigd ten opzichte van de jaarrekening 2024 en de begroting 2026.

€ 1.829

Onderwerp: Regeling voor Vervroegde Uitdiensttreding (RVU)

Omschrijving:

Medewerkers van de overheid kunnen binnen de gemeente vanaf 31 december 2023 gebruik maken van de regeling voor vervroegde uitdiensttreding (RVU). De huidige regeling voor vervroegde uitdiensttreding (RVU) loopt tot en met 31 december 2025. Met ingang van 1 januari 2026 treedt er een nieuwe RVU regeling in werking, deze regeling is uitsluitend van toepassing op medewerkers met een zwaar beroep. De definitie van ‘zware beroepen in de gemeentelijke sector’ is tot op heden nog niet vastgesteld en medewerkers kunnen daarom nu nog geen gebruik kunnen maken van de regeling. Hierdoor is het op dit moment nog niet mogelijk om het maximale risico voor de gemeente Purmerend in te schatten. Partijen streven ernaar om de definitie op 1 april naar de gemeenten te kunnen sturen.

Beheersmaatregelen: Er is geen aparte beheersmaatregel getroffen. Indien een medewerker gebruik maakt van de RVU wordt de maximale verplichting in de jaarrekening opgenomen. Het risicobedrag is gewijzigd ten opzichte van de jaarrekening 2024 en ongewijzigd t.o.v. de begroting 2026.

€ p.m.

Onderwerp: Behalen toekomstscenario's/ taakstellingen
Omschrijving: Op dit moment zijn er diverse taakstellingen en toekomstscenario's opgenomen in de gemeentelijke begroting. Deze taakstellingen en toekomstscenario's zijn financieel verwerkt en gedurende de komende jaren zal moeten worden gestuurd om deze te realiseren binnen de gestelde financiële kaders en in de benodigde jaren.
Beheersmaatregelen: Het college en de directie zullen sturen op de in de begroting opgenomen taakstellingen en toekomstscenario's en hierover via de gebruikelijke P&C documenten rapporteren. Het risicobedrag is niet gewijzigd in de begroting 2026.

€ p.m.

Totaal benodigd weerstandsvermogen:

€ 78.766

Ontwikkeling verhouding benodigd weerstandsvermogen en beschikbare weerstandscapaciteit

(bedragen x € 1 miljoen)

2023

2024

2025

Beschikbare weerstandscapaciteit

64,8

64,0

73,4

Benodigd weerstandsvermogen

61,8

70,4

78,8

Ratio

1,05

0,91

0,93

Beoordeling benodigd weerstandsvermogen en beschikbare weerstandscapaciteit

Zowel de beschikbare weerstandscapaciteit als het benodigd weerstandsvermogen zijn de afgelopen jaren toegenomen. De weerstandsratio is daarmee nagenoeg gelijk aan 2024. De hogere beschikbare weerstandscapaciteit, met name door de algemene reserve, gaat gepaard met een hogere benodigde buffer in het licht van economische onzekerheden.

Afdekking van de risico's op de middenlange en lange termijn
Met ingang van de opstelling van de rekening 2015 zijn gemeenten verplicht een vijftal kengetallen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing op te nemen. De invoering van de betreffende kengetallen heeft louter tot doel een beter inzicht te verschaffen in de financiële positie van de gemeente, voor de vergelijking met andere gemeenten. Deze getallen dienen niet om te komen tot een normering (wat is goed, wat is slecht). Het gaat om de volgende kengetallen:

Financiële kengetallen inclusief signaleringswaarden

Rekening 2024

Begroting 2025

Rekening 2025

Cat.A (minst risicovol)

Cat. B (neutraal)

Cat. C (meest risicovol)

1A

Netto schuldquote

91,9%

116,3%

95,2%

< 90%

90 - 130%

> 130%

1B

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen

84,9%

111,3%

87,7%

< 90%

90 - 130%

> 130%

2

Solvabiliteitsratio

21,1%

17,1%

20,4%

> 50%

20 - 50%

< 20%

3

Grondexploitatie

8,1%

7,5%

9,3%

< 20%

20 - 35%

> 35%

4

Structurele exploitatieruimte

2,9%

2,1%

5,7%

> 0%

0%

< 0%

5

Belastingcapaciteit

94,5%

89,0%

94,5%

< 95%

95 - 105%

> 105%

Algemene toelichting op de kengetallen

Voor de beoordeling van de financiële positie van gemeenten is het belangrijk dat zowel naar de balans als naar de exploitatie wordt gekeken. De kengetallen netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, solvabiliteitsratio en grondexploitatie hebben betrekking op de balans. De kengetallen structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit brengen tot uitdrukking of een gemeente over voldoende structurele baten beschikt en welke mogelijkheid de gemeente heeft om de structurele baten op korte termijn te vergroten. Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven. De solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als percentage van het totale vermogen en geeft daarmee inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. De relevantie van het kengetal structurele exploitatieruimte is om te weten welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de gemeenten wordt de belastingcapaciteit gerelateerd aan de hoogte van de gemiddelde woonlasten (OZB, rioolheffing en reinigingsheffing). Naast de OZB wordt tevens gekeken naar de riool- en afvalstoffenheffing omdat de heffing niet kostendekkend hoeft te zijn, maar ook lager mag worden vastgesteld (er is dan sprake van belastingcapaciteit die niet benut wordt).

Een afzonderlijk kengetal zegt nog weinig over hoe de financiële positie moet worden beoordeeld. Zo hoeft een hoge schuld geen nadelig effect te hebben op de financiële positie, maar is dat afhankelijk of en wat er aan eigen vermogen en baten tegenover die schuld staat en hoe groot de kans is dat de schuld weer wordt afgelost. Noch hoeft een tegenvallende ontwikkeling van de grondprijs een negatieve invloed te hebben indien de structurele exploitatieruimte groot is of men over voldoende ruimte in belastingcapaciteit beschikt, omdat er dan ruimte is om tegenvallers op te vangen. Het is dus, met andere woorden, niet mogelijk om een individueel kengetal te gebruiken voor de beoordeling van de financiële positie. De kengetallen zullen altijd in samenhang moeten worden bezien, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld kunnen geven van de financiële positie van de gemeente.

De solvabiliteitsratio

In oktober 2020 heeft de raad ingestemd (besluit 1529289) met het verbeteren van de solvabiliteit van Purmerend de komende jaren met als streven een solvabiliteit van 20%. De solvabiliteitsratio is het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Het eigen vermogen van een gemeente bestaat volgens artikel 42 van het BBV uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. Het eigen vermogen 2025 is in de berekening nog wel inclusief € 1,45 miljoen gerealiseerd negatief resultaat. Hier is nog geen rekening met de resultaatbestemming 2025, waarmee de raad nog moet instemmen. De opbouw van de solvabiliteitsratio is als volgt:

Realisatie 2023

Realisatie 2024

Realisatie2025

A. Eigen vermogen

101.345

108.685

117.394

B. Totaal passiva

454.428

521.148

575.896

Solvabiliteit (A:B)

22,3%

21,1%

20,4%

In deze jaarrekening daalt de solvabiliteit licht ten opzichte van 2024, maar blijft deze boven de grens van 20%. De daling wordt veroorzaakt door een stijgende schuldquote. In 2025 heeft de gemeente voor een recordbedrag geïnvesteerd. Door het hoge investeringsniveau in de komende jaren – met name voor de bouw van scholen en ander gemeentelijk vastgoed – zal de gemeente extra moeten lenen. Hierdoor wordt verwacht dat de schuldquote verder stijgt.