MENU
PDF Opties

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Doelstelling

De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is om niet begrote kosten te dekken. Door de beschikbaarheid van weerstandsvermogen hoeven we bij een financiële tegenvaller in de begrotingsuitvoering niet direct tot een bezuiniging over te gaan. We maken onderscheid tussen incidenteel en structureel weerstandsvermogen. Het eerste is bedoeld voor éénmalige tegenvallers en het tweede voor structurele tegenvallers.

Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen:
A. De weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken.
B. Alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie.

Omvang weerstandscapaciteit

Tot de weerstandscapaciteit rekenen we de algemene reserve, stille reserves en de onbenutte belastingcapaciteit.
In onderstaand overzicht worden de afzonderlijke onderdelen beschreven. Hierbij staat aangegeven of en voor hoeveel deze onderdelen bijdragen aan de beschikbare weerstandscapaciteit.

Overzicht beschikbare weerstandscapaciteit(bedragen maal € 1.000)

Onderdeel/Omvang/Duiding

Telt mee voor

Onderdeel: Stille reserves

Omvang: Maximaal € 2.000

Duiding: De te verkopen panden en gronden waar bij de verkoop een netto boekwinst kan worden gerealiseerd. Omdat de boekwinst al is verwerkt in de begroting is hier geen bijdrage aan de beschikbare weerstandscapaciteit. Daarnaast is de werkelijke waarde van ons aandelenbezit vele malen hoger dan de nominale waarde zoals deze, conform het BBV, in de balans is opgenomen. Het gaat om de aandelen BNG en HVC. Deze aandelen zijn echter niet vrij verhandelbaar. Het is dan ook niet mogelijk om deze waarde daadwerkelijk te cashen, althans niet op dit moment. Wij tellen de berekende waarde dan ook niet mee voor de bepaling van onze weerstandscapaciteit. Bovendien ontvangen wij voor deze aandelen dividend. Het verkopen van de aandelen leidt dan ook tot structureel lagere inkomsten.

€ 0

Onderdeel: Onbenutte belastingcapaciteit

Omvang: Circa € 7.005

Duiding: Het verschil tussen het belasting OZB in Purmerend en 120% van het landelijk gemiddelde.Tot het niveau van 120% zal hoe dan ook geen sprake zijn van toelating tot artikel 12. Het zijn extra (structurele) middelen die gegenereerd kunnen worden door de gemeentelijke belastingen en rechten te verhogen.De onbenutte belastingcapaciteit is niet meegeteld als beschikbare weerstandscapaciteit. De tarieven voor de overige heffingen zoals de afvalstoffenheffing en de rioolheffing zijn volledig kostendekkend.

€ 0

Onderdeel: Ombuigingspotentieel

Omvang: € 0

Duiding: Via de kaderbrief en begroting (schoon begroten) is steeds actief gestuurd op ombuigingsmogelijkheden, hiermee wordt steeds ruimte gevonden voor structurele nieuwe uitgaven.Het ombuigingspotentieel is niet meegeteld als beschikbare weerstandscapaciteit.

€ 0

Onderdeel: Bestemmingsreserves

Omvang: Circa € 20.867

Duiding: Bestemmingsreserves zijn in principe niet vrij inzetbaar in geval van tegenvallers, tenzij er wordt bepaald dat de oorspronkelijke bestemming kan komen te vervallen. Aangezien de Raad de bestemming van het bestemmingsreserve kan veranderen, kunnen ook deze reserves behoren tot de weerstandscapaciteit. Bij de berekening van het weerstandsvermogen wordt de bestemmingsreserve niet meegenomen.

€ 0

Onderdeel: Algemene reserve

Omvang: € 24.014 (excl. resultaat 2019)

Duiding: Bij de omvang is geen rekening gehouden met de voorgestelde resultaatbestemming 2019. In de periode tot en met 2024 blijft de reserve rond het niveau van € 32 miljoen uitkomen. Hier is in mee genomen het verwachte resultaat in 2019.

€ 24.014

Beschikbare weerstandscapaciteit eind 2019

€ 24.014

meegewogen financiële Risico’s

Wat valt er onder risico's en wat niet?

Kortingen op algemene en specifieke uitkeringen

Kortingen op algemene (het gemeentefonds) en specifieke uitkeringen worden ingeschat en verwerkt in de begroting. Het weerstandsvermogen is nadrukkelijk niet bedoeld als buffer hiervoor. De begroting moet hier dus op inspelen. Dat geldt ook voor risico's van het onvolledig kunnen declareren van uitgaven op specifieke uitkeringsregelingen. Deze risico's kunnen we vooraf inschatten en hierop de administratieve organisatie aanpassen.

Kosten

Voor gebeurtenissen waarvan het zeker is dat ze ontstaan en waarvan de omvang ook bekend is, stellen we voorzieningen in. Bij het weerstandsvermogen kunnen we kosten derhalve buiten beschouwing laten. De voorzieningen zijn ook daadwerkelijk op orde.

Rampen en crisis

Voor rampen en crisissituaties is een scala aan beheersmaatregelen getroffen. We hebben een rampenplan waarin staat hoe te acteren bij een (dreigende) ramp of crisis.Voor dit risico is de gemeente verzekerd. Als dit niet het geval is dan vallen we terug op de Rijksoverheid. Uiteraard kan er sprake zijn van een financieel nadeel voor de gemeente. Hoeveel kunnen we vooraf niet inschatten. Onze inspanningen zijn er hoe dan ook op gericht om een dergelijke schade te voorkomen, dan wel te minimaliseren. Voor zover binnen onze beïnvloedingssfeer, zorgen we via vergunningen en periodieke toetsing voor het minimaliseren van risico's.

Voor bepaling van de wenselijke omvang van het weerstandsvermogen hebben we de financiële risico's in kaart gebracht. Bij deze risico's hanteren we een ondergrens van € 100.000. Risico's daaronder lichten we hier verder niet toe, omdat het een lange reeks van kleine risico's betreft. Daadwerkelijk opgetreden risico's komen terug als afwijking in de programmarekening ter verklaring van het resultaat.

De risico’s die we bij deze paragraaf meenemen zijn de niet reguliere, strategische, niet kwantificeerbare risico’s. De reguliere risico's staan immers in de begroting. Veelal kunnen we deze via een verzekering afdekken. Bij deze risico’s geldt dat we kunnen inschatten of het risico zich daadwerkelijk zal manifesteren en de omvang van het risico.

Om de risico’s op te vangen, zijn verschillende maatregelen mogelijk:

  • Bijstelling van de geldende beleidskaders, hierdoor kunnen we de uitvoeringskosten beperken. Dit kan bijvoorbeeld door de grenzen te verhogen waarboven de gemeente een bijdrage verleent.
  • Inkomstenverhogende maatregelen nemen wanneer risico’s zich manifesteren op onderdelen met kostendekkende dienstverlening.
  • Frequent(er) toetsen of het risico zich al voordoet en zo goed mogelijk maatregelen treffen ter beheersing van onzekerheden. Deze maatregel kunnen we inzetten op die onderdelen waarvan de gemeente de uitkomst niet kan sturen, maar waarvan we de uitkomsten wel kunnen volgen. Doel van de maatregel is dan om te voorkomen dat 'ongemerkt' de begroting en de werkelijkheid uiteen groeien en er nadelen optreden.

In de weging van het nodige weerstandsvermogen wordt er vanuit gegaan dat het drie jaar duurt voordat we een structureel effect van de risico’s kunnen compenseren met lagere uitgaven. In de opstelling is niet afgewogen of alle risico's zich gelijktijdig kunnen en zullen voordoen. De risico's zijn daarom opgeteld. Zodra risico's zich daadwerkelijk manifesteren wegen we af of we structurele maatregelen moeten nemen.

Benodigd weerstandsvermogen

Het totaal aan benodigd weerstandsvermogen schatten we eind 2019 in opruim € 13,750 miljoen. In onderstaande
tabel staan de actuele onderwerpen en is aangegeven of we voor dit onderwerp rekening houden met benodigd weerstandsvermogen. Ook staat hier welke beheersmaatregel we kunnen inzetten om het risico zoveel mogelijk te verkleinen of uit te schakelen. In de omschrijving is het toegelicht als de huidige inschatting afwijkt van inschatting in de begroting.

Overzicht meegewogen financiële risico's

Onderwerp/omschrijving/beheersmaatregel

Huidige opname

(x € 1.000)

Onderwerp: Participatiewet-inkomensdeel

Omschrijving: Op basis van de Participatiewet verstrekt de gemeente uitkeringen om te kunnen voorzien in het levensonderhoud. Het aantal uitkeringen en de omvang hiervan is voor de gemeente niet goed te beïnvloeden. Voor deze lasten ontvangt de gemeente een aandeel uit het landelijke macrobudget. Dit aandeel wijzigt gedurende het jaar nauwelijks. De omvang van het macrobudget wordt landelijk bijgesteld als het aantal uitkeringsontvangers landelijk wijzigt. De Purmerendse situatie hoeft zicht niet op een gelijke manier te ontwikkelen als het landelijke gemiddelde. Als in Purmerend de ontwikkeling negatief afwijkt van het landelijk gemiddelde, treedt er een financieel nadeel op. De eerste 5% is daarbij voor rekening van Purmerend.

De afgelopen jaren was er sprake van een overschot. In 2017 werd op basis van het landelijk verdeelmodel een structureel nadeel voor Purmerend verwacht. Door de gunstige economie verbeterde de arbeidsmarkt zodanig, dat in 2019 weer sprake is van een financieel voordeel. Op basis van de huidige prognose wordt een financieel voordeel verwacht van 4% dalend naar 1% in 2023. Wel is er een risico m.b.t. de korting in het gemeentefonds van de uitvoeringslasten. Hiervoor is een stelpost vanaf 2021 van € 600.000 opgenomen.

Voor de afwijkingen in negatieve zin in enig jaar geldt dat deze moeten worden opgevangen in het weerstandsvermogen van de gemeente. Bij het risico in de uitvoering wordt uitgegaan van een bedrag van maximaal € 1,0 miljoen.

Beheersmaatregel: Dit risico is ongewijzigd ten opzichte van de begroting 2020.

€ 1.000

Onderwerp: Koepelvrijstelling Werkom

Omschrijving: Op dit moment loopt er een discussie tussen Werkom en de belastingdienst met betrekking tot de aangevraagde koepelvrijstelling. Indien de aanvraag niet (volledig) wordt toegewezen bestaat er het risico dat een deel van de btw voor Werkom niet wordt gecompenseerd en dat zij dit in rekening moeten brengen (als kostenverhoging) bij de gemeente Zaanstad en Purmerend. Voor Purmerend bedraagt dit risico € 150.000 per jaar.

Beheersmaatregel:Er worden geen aparte beheersmaatregelen ingezet. Dit risico is gewijzigd ten opzichte van de begroting 2020.

€ 150

Onderwerp: Wmo, Jeugdwet en Participatiewet

Omschrijving: Binnen de beleidskaders kunnen zich sprongen in de uitgaven voordoen doordat voor specifieke inwoners plotseling dure voorzieningen moeten worden getroffen. Specifieke risico's die zich voordoen zijn een stijging van het aantal aanvragen door de invoering van het abonnementstarief en de verplichte tariefsverhogingen in het kader van de loonstijgingen in de zorg. Hiervoor is in de begroting weliswaar ruimte opgenomen, maar er is nog onvoldoende ervaring met hoe dit uitpakt.

Beheersmaatregel: Voor de risico’s is een bestemmingsreserve ingesteld. De bestemmingsreserve bevat daarnaast ook ruimte voor transformatie en innovaties in de uitvoering. Daarmee is het risico voorlopig afdoende afgedekt.

€ 0

Onderwerp: Asbestsaneringen

Omschrijving: In een aantal gemeentelijke panden, waaronder onderwijsgebouwen, is asbest toegepast. Naar de aanwezigheid van asbest en de mogelijkheden tot sanering is meerdere malen onderzoek gedaan. In een aantal gebouwen is de aanwezige asbest niet verwijderd en kan dit alleen gebeuren als bouwkundige werkzaamheden plaatsvinden. Zolang deze werkzaamheden niet plaatsvinden is er een risico. Als een situatie zich voordoet, worden de werkzaamheden opgepakt en de begroting aangepast. De omvang laat zich niet goed wegen. Als stelpost wordt daarom rekening gehouden met € 0,5 miljoen.

Beheersmaatregel: Er worden geen aparte beheersmaatregelen ingezet. Dit risico is ongewijzigd ten opzichte van de begroting 2020.

€ 500

Onderwerp: Proeftuin aardgasvrije wijken

Omschrijving: De particuliere woningen zijn zeer verschillend qua inrichting en installatie en daarmee ook de te verrichten werkzaamheden en de te ramen kosten. Een volledig inzicht in de consequenties voor de uitvoeringskosten ontbreekt. Ook is er nauwelijk ervaring met dergelijke projecten in Nederland. De kosten kunnen hierdoor hoger uitvallen.

Er is een kleine kans dat schadeclaims over de uitvoeringswerkzaamheden voor rekening van de gemeente komen. Dit is in de meeste gevallen voor rekening van de opdrachtnemer.

In vrijwel alle woningen is nog asbest aanwezig. Naar verwachting kan contact met asbest worden vermeden, maar dit is niet in alle gevallen zeker. Als vooraf blijkt dat uitvoering niet mogelijk is, zal uitvoering van de werkzaamheden pas mogelijk zijn als de eigenaar voor sanering heeft zorg gedragen. Als de werkzaamheden zijn aangevangen en er blijkt sprake te zijn van onvermijdelijk asbestcontact, zal dit de uitvoeringskosten aanzienlijk doen stijgen.

Beheersmaatregel: Binnen de ramingen van de werkzaamheden is vanwege de onzekerheden rekening gehouden met een post onvoorzien van 20%. Mocht dit niet afdoende blijken te zijn, kan het college er voor kiezen om minder woningen dan gepland aardgasvrij te maken ten einde binnen de raming te blijven. Dit risico is ongewijzigd ten opzichte van de begroting 2020.

€ 50

Onderwerp: MeerjarenOnderhoudsPlan (MJOP's) vastgoed

Omschrijving: Het huidige MJOP is niet meer actueel en voldoet niet meer aan de eisen. In de begroting is rekening gehouden met de financiële uitkomsten van het huidige MJOP. Er is niet altijd sprake van een transparante situatie met betrekking tot (onderhouds)kosten en opbrengsten. Als gevolg hiervan ontstaan ook financiële risico's. Professioneel beheer en sturing op dit gebied is noodzakelijk.

Beheersmaatregel: Er is gestart met het opstellen van een nieuw plan met behulp van externe expertise. Hierbij wordt ook de wettelijke verplichting van verduurzaming van onroerend goed meegenomen. Verwacht wordt dat dit plan gedurende 2020 beschikbaar komt. Op dit moment kunnen de financiële gevolgen van dit nieuwe plan nog niet ingeschat worden. Dit risico is ongewijzigd ten opzichte van de begroting 2020.

p.m.

Onderwerp: Grondexploitaties

Omschrijving: Voor elke grondexploitatie zijn twee macro-economische risico's berekend. Ten eerste het effect van 5% kostenstijging over de nog geraamde uitgaven. Ten tweede het effect van 2 jaar vertraging van de geraamde opbrengsten als gevolg van het niet kunnen uitgeven van bouwrijpe kavels. Beide macro-economische effecten zijn opgeteld € 1,32 miljoen. Daarnaast zijn per grondexploitatie projectspecifieke risico's berekend, totaal € 4,02 miljoen. Per grondexploitatie wordt dit nader toegelicht in het Meerjaren Programma Grondexploitaties (MPG).

Beheersmaatregel: Per grondexploitatie zijn specifieke maatregelen genomen om het beslag op het weerstandsvermogen te beperken. De omvang van dit risico is gewijzigd ten opzichte van de begroting 2019.

€ 5.340

Onderwerp: Lokaal referendum

Omschrijving: De omvang van dit risico is ongewijzigd ten opzichte van de begroting 2020.

Beheersmaatregel: Niet van toepassing.

€ 240

Onderwerp: AVG

Omschrijving: : Sinds de AVG op 25 mei 2018 in werking is getreden, is er veel gebeurd op privacygebied. De AP controleert en deelt dwangsommen en boetes uit. Burgers dienen klachten in (bij de AP en bij de FG) en stellen gemeenten bij de rechter aansprakelijk voor door het verkeerd verwerken van hun persoonsgegevens ontstane schade. Tot nu toe zijn de toegekende schadevergoedingen beperkt tot € 500. De dwangsommen en boetes lopen echter in de tonnen en internationaal zelfs in de miljoenen (in Duitsland heeft een woningcorporatie een boete gekregen van € 14,5 miljoen euro voor het niet AVG-proof zijn van hun computersysteem. Systemen met soortgelijke manco’s draaien ook bij de gemeente Purmerend).

Beheersmaatregelen: De gemeente heeft in de afgelopen 1,5 jaar stappen gemaakt in het meer AVG-proof werken. Zo is de compliance structuur (inclusief de werkgroepen privacy) grotendeels ingericht. Verwerkersovereenkomsten komen steeds vaker bij het sluiten van een contract tot stand in plaats van naderhand. Aan de soort vragen van medewerkers valt af te leiden dat de bewustwording in de organisatie gegroeid is. Er zijn echter nog genoeg punten waarop risico’s gelopen wordt. Denk bijvoorbeeld aan het feit dat er nog maar 1 DPIA is afgerond, terwijl er inmiddels veel meer verwerkingen aan een DPIA onderworpen hadden moeten worden; klachten van burgers, het ontstaan van datalekken. Het risico is moeilijk in geld uit te drukken, doordat de bedragen behoorlijk uiteen lopen. Het risico wordt gesteld op p.m. en is t.o.v. de begroting 2020 gewijzigd.

p.m.

Onderwerp: Loon/prijsstijgingen

Omschrijving: In de begroting is rekening gehouden met de laatst afgesloten cao met een looptijd tot 1 januari 2021. Voor de jaren na 2021 is rekening gehouden met een stijging voor lonen inclusief werkgeverslasten van 3 procent per jaar. De stijging van de loonkosten is afhankelijk van de landelijke cao afspraken en de wijzigingen in de werkgeverslasten zoals de werkgeversbijdrage in de pensioenpremie. Het ABP heeft reeds aangegeven dat de pensioenpremie onder druk ligt en dat er naar verwachting een extra verhoging in 2021 aanstaande is. Het effect hiervan is pas eind 2020 bekend. Vooralsnog gaan wij er vanuit dat de indexering van 3% per jaar voor loon en premies voldoende is. Een afwijking van 1% geeft een extra last van ruim € 0,5 miljoen.

Voor prijsstijgingen op de begrote materiële budgetten is het uitgangspunt dat deze binnen de bestaande budgetten worden opgevangen. Dit betekent dat de (meerjaren) budgetten niet automatisch worden aangepast aan het inflatiepercentage. Alleen waar dit noodzakelijk is verhogen wij het budget met de verwachte prijsstijging. Gezien ons gekozen uitgangspunt kunnen wij in 2021 en volgende jaren geconfronteerd worden met prijsstijgingen, waarmee niet of onvoldoende rekening is gehouden om de hieruit voortvloeiende hogere lasten op te kunnen vangen. De tarieven voor het lopende jaar zijn vastgesteld en pas per januari van het volgende jaar kunnen deze worden verhoogd. Voor de algemene prijsstijgingen blijft de inflatie naar de actuele situatie 1,5% meerjarig. Voor deze prijsstijgingen wordt een bedrag van € 1,0 miljoen aangehouden (1,5% van € 66,7 miljoen).

De omvang van dit risico is gewijzigd ten opzichte van de begroting 2020.

Beheersmaatregel: Het hogere loon- en prijsniveau wordt in de begroting verwerkt. Hierdoor blijft er minder ruimte over voor nieuwe beleidskeuzes of zal er zelfs moeten worden bezuinigd als er geen sluitende meerjarenbegroting kan worden opgesteld.

€ 1.500

Onderwerp: Pensioenpremies bestuurders

Omschrijving: De pensioenvoorziening voor (ex-)bestuurders is bij een externe partij ondergebracht. Voor de pensioenen van (ex-)bestuurders worden jaarlijks premies gestort. Als gevolg van de dalende rentestanden kunnen eerdere afkoopsommen en betaalde premies ontoereikend blijken voor de dekking van de pensioenverplichting. Omdat de rekenrentes uitgaan van een voortschrijdend gemiddelde ,kan deze rente nog verder dalen. De kans op een verdere daling is voor de korte termijn (de komende jaren)nog steeds substantieel. In 2019 was een extra storting benodigd van circa € 38.000 zodat het opgebouwde tegoed conform het benodigde tegoed is. In het benodigde weerstandsvermogen wordt rekening gehouden met een verdere daling van de rekenrente. De omvang van dit risico is niet gewijzigd ten opzichte van de begroting 2020.

Beheersmaatregel: Er is geen beheersmaatregel tegen de ontwikkelingen op de geldmarkt.

€ 110

Onderwerp: Wachtgeld wethouders

Omschrijving: Na het aftreden van wethouders, voor het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd is er een recht op wachtgeld. Voor ex-wethouders die momenteel recht hebben op wachtgeld heeft de gemeente een voorziening gevormd en zijn de lasten afgedekt. Indien een lid van het huidige college zijn/haar functie neerlegt dan ontstaat er een nieuwe verplichting. De maximale wachtgeldverplichting voor de vijf wethouders van de gemeente bedraagt circa € 1,2 miljoen. Eind 2021 zijn er i.v.m. de fusie met Beemster nieuwe gemeenteraadsverkiezingen. Het is onwaarschijnlijk dat het volledige college tegelijkertijd aftreedt, niet wordt herbenoemd en volledig gebruik maakt van het recht op wachtgeld. De omvang van dit risico is niet gewijzigd ten opzichte van de begroting 2020.

Beheersmaatregel: Er is geen aparte beheersmaatregel getroffen. Indien een bestuurder gebruik maakt van wachtgeld wordt de maximale wachtgeldverplichting in de loop van het jaar van aftreden gestort in een wachtgeldvoorziening. Indien sprake is van een terugkeerrecht in een betaalde functie voor het aanvaarden van het ambt, kan de wachtgeldverplichting lager worden ingeschat dan het maximum.

€ 1.000

Onderwerp: Renterisico

Omschrijving: De gemeente trekt langlopende leningen aan om in de eigen financieringsbehoefte te voorzien. De ontwikkelingen in de stad staan niet stil en de bedrijvigheid is overal te voelen. De jaarlijkse kosten van de financieringsbehoefte (rentelasten) worden bepaald door de omvang van de bestaande leningenportefeuille, de financieringsbehoefte als gevolg van voorgenomen investeringen en de van toepassing zijnde rentetarieven. De afgelopen jaren waren niet voldoende liquiditeiten beschikbaar zodat het nodig was om op de kapitaalmarkt leningen aan te trekken. In de financieringsbehoefte houdt Purmerend rekening met een jaarlijkse lichte stijging van de rente met 0,1%. Bij een netto jaarlijkse financieringsbehoefte van circa € 40 miljoen en een stijging van de rente van 1% bedraagt de toename van de rentelasten jaarlijks structureel circa € 0,4 miljoen. Voor de waardering van het risico wordt uitgegaan van een bedrag van € 1,6 miljoen. De omvang van dit risico is niet gewijzigd ten opzichte van de begroting 2020.

Beheersmaatregel: Via het zogeheten renteomslagpercentage worden de rentelasten toegerekend aan de programma's waarvoor sprake is van een financieringsbehoefte. Het renteomslagpercentage wordt berekend op basis van de uitgangspunten van de door de raad vastgestelde begroting. Verder wordt de financieringsbehoefte periodiek meerjarig bepaald en wordt beoordeeld of incidenteel dan wel structureel tot afdekking van het renterisico dient te worden overgegaan.

€ 1.600

Onderwerp: Vennootschapsbelasting

Omschrijving: Met de invoering van de “Wet modernisering Vpb-plicht overheidsondernemingen” kunnen activiteiten van de gemeente vanaf 2016 belastingplichtig worden voor de vennootschapsbelasting (Vpb). De gemeente heeft met de grondexploitaties vooralsnog één activiteit die kwalificeert als onderneming voor de Vpb. Ondanks dat de grondexploitaties kwalificeren als Vpb-onderneming, zal dit naar verwachting niet direct leiden tot een Vpb-belastingdruk. Op basis van een doorrekening van de Meerjarenprognose Grondexploitaties 2018 ontstaat mogelijk na 2026 een Vpb-last. Inmiddels lijkt een zodanige versnelling in de grondverkopen van Baanstee Noord op te treden dat deze grondexploitatie veel eerder dan gepland afgesloten kan worden. Naar verwachting heeft dit ook tot gevolg dat de VPB-last een aantal jaren eerder zal ontstaan. Daarnaast is de belastingdienst van mening dat over reclameopbrengsten en over de opbrengsten van restafval VPB betaald moet gaan worden. Voor het onderdeel reclamebelasting zal naar verwachting een proefproces bij een andere gemeente gestart worden. Als de belastingdienst voor dit onderdeel een aanslag op gaat leggen en de belastingdienst wordt door de rechter in het gelijk gesteld zal dit de gemeente naar verwachting ongeveer € 40.000 per jaar kosten. Voor het onderdeel opbrengsten restafval zal naar verwachting 1% van de positieve opbrengsten verantwoord moeten worden als fiscale winst. De hieruit volgend VPB last is naar verwachting nihil omdat de fiscale winst vooralsnog (ruim) beneden de €15.000 per jaar blijft en de gemeente zich dan voor dit onderdeel niet kwalificeert als ondernemer (bescheiden bestaan is niet mogelijk).

Beheersmaatregel: Met een externe deskundige is een analyse gemaakt van de verwachte Vpb-belastingdruk. In de analyse wordt uitgegaan van een vpb-last van circa € 250.000 over de gehele looptijd. De omvang van dit risico is niet gewijzigd ten opzichte van de begroting 2020.

€ 250

Onderwerp: Gemeentefonds

Omschrijving: Via circulaires worden we enkele malen per jaar (meestal mei en september) geconfronteerd met aanpassingen in de totale ontvangsten vanuit het gemeentefonds. De afspraak tussen het Rijk en de gemeenten is dat een systematiek wordt gehanteerd van 'samen de trap op, samen de trap af'. Indien het Rijk gaat bezuinigen wordt er ook minder geld in het gemeentefonds gestort ('samen de trap af'). Schommelingen in de algemene uitkering kunnen problemen veroorzaken voor het sluitend krijgen van de begroting. Op de hoogte van de algemene uitkering kan geen invloed worden uitgeoefend. De integratie uitkering sociaal domein is vanaf 2019 grotendeels geïntegreerd in het algemene deel van het gemeentefonds waarop ook de uitkeringsfactor van toepassing is. Omdat het onderdeel Sociaal domein vanaf dat moment niet meer apart in beeld wordt gebracht, is het één op één oormerken van de inkomsten in de toekomst ook niet meer mogelijk en wordt het risico op lagere inkomsten als een risico van de algemene uitkering beschouwd. Daarnaast is de verwachting dat vanaf 2022 het klassieke deel en het Sociaal domein herverdeeld worden. In de kaderbrief 2021 is rekening gehouden dat dit voor Purmerend nadelig uit valt door het opnemen van een stelpost van € 1 miljoen vanaf 2022. Verder is er nog steeds een risico met het btw-compensatiefonds (ruimte boven het plafond). Gezien de dynamiek in het fonds en een generieke opschalingskorting die doorloopt tot en met 2025 wordt de maximale impact van dit risico geschat op € 2 miljoen. De omvang is hierop aangepast t.o.v. de begroting 2020.

Beheersmaatregel: De algemene uitkering maakt integraal onderdeel uit van de begroting. De schommelingen worden op het eerstvolgende moment binnen de exploitatie verwerkt om deze sluitend te houden. Dit gebeurt door het op de voet volgen van ontwikkelingen (circulaires /rijksbegroting).

€ 2.000

Totaal benodigd weerstandsvermogen:

€ 13.740

Ontwikkeling verhouding benodigd weerstandsvermogen en beschikbare weerstandscapaciteit

(bedragen x € 1 miljoen)

2015

2016

2017

2018

2019

Beschikbare weerstandscapaciteit

15,99

19,70

20,40

20,70

24,01

Benodigd weerstandsvermogen

14,90

14,00

17,30

16,40

13,74

Ratio

1,07

1,41

1,18

1,26

1,75

Beoordeling benodigd weerstandsvermogen en beschikbare weerstandscapaciteit

Het verschil tussen de optelling van alle risico's en direct beschikbare middelen in de algemene reserve behoeft
andere toelichting. Deze toelichting gaat in op de volgende aspecten:
a. de afdekking van de risico's voor de korte termijn
b. de afdekking van de risico's op de middenlange- en lange termijn

a. Afdekking van de risico's op de korte termijn
De risico's die zijn betrokken in bepaling van het benodigde weerstandsvermogen zijn:

  • risico's die zich direct kunnen voordoen en zich enkele jaren kunnen herhalen
  • risico's die eenmalig zijn en een grote impact hebben

Het risico dat verband houdt met de grondexploitatie Baanstee-Noord zal zich niet direct kunnen voordoen. Uit de realisatie van de gronduitgifte in de komende vier jaar zal blijken of we de uitgiftes voor de lange termijn moeten bijstellen. Zonder dit risico resteert een behoefte aan beschikbaar weerstandsvermogen van € 5,3 miljoen. Dit bedrag is ruimschoots afgedekt. De gemeente beschikt over voldoende direct inzetbare weerstandscapaciteit voor de risico's die zich op korte termijn kunnen voordoen.

b. Afdekking van de risico's op de middenlange en lange termijn
Op deze termijn verwachten we een ontwikkeling van de algemene reserve, waarbij de reserve stijgt van € 24 miljoen naar ruim € 48 miljoen. Op de lange termijn kunnen we bij de beschikbare weerstandscapaciteit ook het dividend uit de aandelen Stadsverwarming meetellen. Dit is ruim voldoende voor de afdekking van het nu benodigde weerstandsvermogen.

Kengetallen

Rekening

2018

Begroting 2019

Rekening

2019

1A

Netto schuldquote

124,9%

112,1%

108,0%

1B

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen

100,3%

105,9%

103,9%

2

Solvabiliteitsratio

9,5%

8,2%

13,1%

3

Grondexploitatie

15,7%

12,1%

14,3%

4

Structurele exploitatieruimte

0,2%

-1,3%

0,9%

5

Belastingcapaciteit

99,7%

101,1%

98,5%

Vanaf de programmarekening 2015 zijn gemeenten verplicht vijf kengetallen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing op te nemen. De invoering van de betreffende kengetallen heeft louter tot doel een beter inzicht te geven in de financiële positie van de gemeente voor de vergelijking met andere gemeenten. Deze getallen dienen niet om te komen tot een normering (wat is goed, wat is slecht). Het betreft de volgende kengetallen:

1A. Netto schuldquote

De netto schuld weerspiegelt het niveau van de totale schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie.

1B. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

Voor inzicht in het doorlenen, geven we de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weer (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen). Zo brengen we duidelijk in beeld wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast. Bij de financiële activa nemen we ook alle verstrekte leningen op (artikel 36 lid b en c, van het BBV). Voor beide kengetallen geldt dat we aandelenkapitaal gewoon meewegen. Dit aandelenkapitaal is in de situatie van gemeente Purmerend van bijzondere betekenis. Onderdeel van de schuld is de deelname in de BV Stadsverwarming voor € 38,3 miljoen. Tegenover deze deelname staat normaal gesproken ook een vergoeding.

2. De solvabiliteitsratio

Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen op de lange termijn te voldoen. Solvabiliteitsratio is het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Het eigen vermogen van een gemeente bestaat volgens artikel 42 van het BBV uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. Het eigen vermogen 2019 is in de
berekening nog wel inclusief €1.978 miljoen aan resultaatbestemming 2019 waarmee de raad nog moet instemmen.

3. Grondexploitatie

Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. Voor de berekening van dit kengetal wordt de bouwgrond in exploitatie gedeeld door de totale baten uit de programmabegroting of jaarstukken (ingevolge artikel 17, onderdeel c, van het BBV) en uitgedrukt in een percentage. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat we deze waarde moeten terugverdienen bij de verkoop. De accountant moet ieder jaar beoordelen of de gronden tegen een actuele waarde in de balans staan.

4. Structurele exploitatieruimte

Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting maken we onderscheid tussen structurele en incidentele lasten. Bij incidentele lasten of baten gaat het om eenmalige zaken die zich gedurende maximaal drie jaar voordoen. Een begroting waarvan de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is meer flexibel dan een begroting waarbij structurele baten en lasten in evenwicht zijn. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten en uitgedrukt in een percentage.

5. Belastingcapaciteit

De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de provincie of gemeenten zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen, wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Het COELO publiceert deze lasten ieder jaar in de Atlas van de lokale lasten. Onder de woonlasten worden verstaan: de OZB, de rioolheffing en reinigingsheffing voor een woning met gemiddelde WOZ-waarde in betreffende gemeente. De belastingcapaciteit van gemeenten wordt daarom berekend door de totale woonlasten meerpersoonshuishoudens in jaar t, te vergelijken met het landelijk gemiddelde in jaar t-1 en uit te drukken in een percentage.

De ratio's over de vermogenspositie (1a-2) laten ten opzichte van de rekening 2018 een sterke verbetering zien. Dit komt door het dalen van de schuld en het stijgen van de reserves. De andere ratio's hebben een minder opvallend verloop.